Pracht en plastic in Peru

We vorderen ondertussen iets sneller dan in het zuiden. We hebben niet langer de tijd om drie maanden in een land door te brengen, want we hebben een vlucht naar de Galapagoseilanden klaarstaan in mei en een bezoekje van drie dierbare vrienden in juni. Sowieso reizen we iets sneller dan voorheen, omdat er hier tussen de grote trekpleisters door ook veel minder aangenaams te zien is dan voorheen.

We willen Bolivia verlaten via Copacabana, maar daarvoor moeten we eerst het drukke La Paz trotseren. Het verkeer wordt steeds drukker naarmate we de hoofdstad naderen en mondt uiteindelijk uit in een complete verkeerschaos. Overal rijden minibusjes die dienst doen als taxi, motors, volgestouwde auto’s waarbij je je afvraagt hoe ze in die staat nog vooruit geraken en geen van allen besteedt ook maar enige aandacht aan de voorrangsregels. Hier geldt de wet van de sterkste. Ben je groot, dan stoppen ze voor je, laat je blijken dat je niet terugdeinst voor een deuk in je auto, dan stoppen ze voor je. Wij beseffen dus dat er niets anders opzit dan er gewoon voor te gaan en onze plaats op te eisen. We zijn gelukkig net iets groter of breder dan de meeste andere voertuigen, dus lukt dat aardig. Bovendien maken openliggende rioolputten en wat spookrijders het er niet makkelijker op, maar we komen er zonder ongelukken door en willen zo snel mogelijk weg van deze drukte. Helaas raakt onze auto toch nog even oververhit en laat hij de koelvloeistof lopen, waardoor we aan de kant moeten en op zoek kunnen naar een mecanicien, aangezien dit niet voor het eerst gebeurt. We laten ernaar kijken en ze vertellen ons dat dit door de hoogte komt en dat we gewoon goed moeten opletten met de temperatuur van de auto. We rijden dus maar verder richting Copacabana, maar Hannes blijft toch verder nadenken wat het probleem kan zijn. We zoeken een rustig plekje naast het water in de buurt van Copacabana om te overnachten voordat we de grens overgaan. Het is al donker wanneer we aankomen, dus zien we pas ‘s ochtends hoe mooi we staan. We zien geen eilanden liggen in het Titicacameer, maar wel één van de prachtige boten, gemaakt uit riet.

Bij de grens vindt er net een ceremonie plaats, waar zowel Bolivia als Peru aan meedoet, dus moeten we wachten voordat we kunnen oversteken naar Peru, gelukkig hebben we wel iets moois om naar te kijken. Wanneer iedereen voorbij geparadeerd is, kunnen we onze weg verderzetten. In Peru moeten we eerst een autoverzekering kopen voordat we binnen mogen. Die kan je ook pas in het volgende dorp kopen, dus wisten we al wel dat dit niet de snelste grensovergang zou worden. Hannes neemt een taxi naar het dorp om de verzekering te regelen en Stefanie kookt ondertussen al maar. Wanneer Hannes terug is geraakt alles snel in orde en kunnen we na onze lunch onze reis in Peru starten. We slapen op het dorpsplein van het roze dorpje Lampa en bezoeken er de volgende ochtend de kerk. Hoewel dot een heel klein dorp is, staat er een best grote kerk en ze is ook erg indrukwekkend. De hoofdattractie zijn er de honderden mooi geordende skeletten, die simpelweg ter decoratie dienen. Een beetje een luguber zicht, maar niettemin indrukwekkend.

Van hieruit zetten we onze reis verder richting de regenboogberg, een ondertussen bijna verplichte stop voor toeristen in Peru en een mooie halte voordat we Cusco bereiken. Om die berg te bereiken, moeten we wel nog een eindje naar boven. We geraken net over de helft voordat we alweer de koelvloeistof verliezen. We beseffen dat onze auto dit soort wegen momenteel niet aankan en we hem eerst zullen moeten repareren. Er zit dus niets anders op dan hem te laten afkoelen en rechtsomkeer te maken. Dan maar eerst langs de incaruïne van Raqch’i alvorens we doorrijden naar de stad. In Cusco kunnen we net buiten de stad op een camping verblijven, zodat we niet met de auto in het centrum moeten zijn, maar uiteraard stuurt onze gps ons recht door het centrum van Cusco… het centrale plein is hier adembenemend. Uniformiteit is de regel en zelfs de meest bekende ketens moeten zich hier aan houden. Hoewel ze allemaal aanwezig zijn, hangen er nergens grote logo’s of uithangborden en blijft het plein toch zijn authenticiteit behouden. Nadat we het mooie Plaza de Armas bestudeerd hebben, ruilen we de bruine stenen voor de witte muren en blauwe deuren van San Blas, waar we lunchen op de markt. Nu we in de incahoofdstad zijn, kunnen we het Inka Museum uiteraard niet overslaan. Echt overweldigend is het allemaal niet, we merken vooral dat de gebruiksvoorwerpen en ceremoniële attributen niet hetzelfde detailwerk tonen als de beschavingen dichter bij huis uit dezelfde periode. We sluiten de avond af door met Mathias en Isabelle, die we hier weer toevallig tegen zijn gekomen, te klinken op Isabelles verjaardag.

Op de camping kunnen we rustig de tijd nemen om de auto te controleren en de problemen met de koelvloeistof op te lossen. Er blijkt inderdaad meer aan de hand te zijn dan enkel de hoogte: een geperforeerde darm lijkt de oorzaak te zijn. De gemakkelijkste manier om dit op te lossen is momenteel siliconelijm. Terwijl wij naar Peru’s wereldberoemde ruïnes, Machu Picchu, gaan, kan dit drogen en hoeven we hopelijk niet nog langs een garage. Machu Picchu ligt op 200 km van Cusco. Ook Mathias en Isabelle gaan hiernaartoe, dus kunnen we met hen meerijden. Onderweg willen we nog bij de kleinere ruïnes Moray en Ollantaytambo stoppen. Zeker voor Peruviaanse wegen een ambitieuze afstand om af te leggen op een dag met tussenstops, dus weten we dat we niet te veel moeten treuzelen. De eerste ruïne, Moray, doet een beetje denken aan een amfitheater. Er is weinig bekend over het doel van de terrassen, maar naast landbouw zouden ze toch ook een religieuze rol vervuld hebben en van belang geweest zijn bij ceremonies. In Ollantaytambo is het zo druk wanneer we arriveren, dat we beslissen om niet binnen te gaan. We hebben nog een eind te rijden en we zien de grootsheid van de ruïne ook al van bij de ingang. We weten ondertussen wel hoe zo’n muur er van dichtbij uitziet en hebben geen zin om voetje voor voetje mee te schuiven in deze kudde mensen. Pas wanneer het al goed donker is komen we aan bij de elektriciteitscentrale van Santa Teresa waar je de trein kan nemen naar Aguas Calientes, het dorp naast Machu Picchu. We nemen de trein niet, maar wandelen die negen kilometer. Niet het fijnste om te doen in het donker na een lange dag, maar we hoeven enkel de treinsporen te volgen, dus moet het wel lukken. Rond tien uur komen we aan op de camping van Aguas Calientes, waardoor we gelukkig nog een degelijke nachtrust kunnen hebben. De wekker staat al om twintig over vier aangezien we morgenochtend ook nog een dik uur omhoog zullen moeten wandelen. Nu ja, moeten, we kunnen ook de serieus overprijsde bus nemen natuurlijk, maar onze benen zijn nog fris. Wanneer we om kwart over vijf aan de ingang komen, staat er al een serieuze rij wachtenden klaar. We doen er iets langer dan een uurtje over om naar boven te wandelen, maar om half zeven kunnen we onze eerste blik werpen op Peru’s wereldberoemde ruïne. Het is werkelijk prachtig en het was het helemaal waard om zo vroeg op te staan. Nu is het nog relatief rustig en kunnen we er volop van genieten. Je krijgt meteen bij aankomst het beroemde uitzicht te zien en volgt daarna een pad doorheen de ruïnes zelf, in één richting. Wij blijven dus eerst een hele tijd van het uitzicht genieten en amuseren ons met de poserende hordes gade te slaan. Het wonderbaarlijkste is hier ongetwijfeld de locatie. Ongelooflijk hoe zoiets groots gebouwd kan worden op deze hoogte, tussen al deze bergen. Vier uurtjes later wandelen we weer naar beneden en na het museumbezoek beginnen we onze tent op te ruimen. We voelen allebei dat de kilometers van de afgelopen twaalf uur ons best afgemat hebben en we zien het niet echt zitten om de negen kilometer terug naar de elektriciteitscentrale van Santa Teresa te wandelen. Hannes gaat informeren hoeveel de trein naar Cusco kost, maar 115 dollar is ons toch net iets te veel. De andere optie is dat we de trein tot aan de elektriciteitscentrale nemen, maar ook die kost 35 dollar. Dat vinden we toch wat veel voor negen kilometer, dus vermannen we ons, snoeren onze wandelschoenen opnieuw vast en wandelen we toch opnieuw langs de sporen. We zijn enorm blij wanneer we aankomen en er meteen een troep taxichauffeurs aankomt om ons in hun auto richting Cusco te krijgen. We kunnen een goede prijs onderhandelen en onze benen en voeten zijn dankbaar dat ze de volgende zeven uur niets meer moeten doen. Helemaal op ploffen we neer in ons bed en maken ons de volgende dag rustig klaar om verder te rijden.

Om de lange weg tot Lima te breken, stoppen we in Arequipa om wol in te slaan en ook wat wollen souvenirs voor onszelf te kopen. Ook het Plaza de Armas is hier een stop waard, met een kathedraal zo breed als het ganse plein in de dezelfde mooie witte steen als de rest van het oude centrum. Daarna stoppen we nog kort bij de Nazcalijnen, waar uiteraard weer een plastic zak het uitzicht verpest. Vervolgens willen we nog gaan sandboarden in de oase van Huacachina, maar bij aankomst hebben we er toch niet zo veel zin in en houden we het bij een rustig avondje cocktails terwijl we van de van de ondergaande zon genieten. Onderweg naar Lima wordt het duidelijk dat er in Peru niet zomaar zo weinig toeristen afwijken van het “Gringo Trail”. Enkel op de toeristische plaatsen lijkt er aandacht te gaan naar ruimtelijke ordening en wordt het afval ingeperkt. We zien vanuit onze auto ook de lelijkste kant van het land. Waar dan ook, en hoe ver ook van enig dorp, overal ligt er naast de wegen kilometers afval verspreid. Iets wat in Bolivia toch vooral rond de stadskernen zo was en veel minder langs de verbindingswegen. Peru voelt ook een pak onveiliger aan en zowel reisgidsen als andere reizigers raden de nodige voorzichtigheid aan.

Wanneer we in Lima aankomen, zien we plots een andere wereld. Miraflores is ongetwijfeld Lima’s veiligste buurt en lijkt in de verste verte niet op de rest van het land. Het is duidelijk waar de meer welgestelde laag van de bevolking woont en het contrast is enorm. We zijn gearriveerd in de culinaire hoofdstad van Zuid-Amerika en ons plan is dus ook voornamelijk uiteten gaan. Zo komen we terecht in de heerlijke sterrenzaak IK waar een top lunch gepresenteerd krijgen met heerlijke cocktails. Ook het minder bekende Awicha is een echt schot in de roos met grootmoeders ceviche eend en bewijst dat het niet enkel de bekende chefs zijn die er iets van bakken. Omdat het hier zo lekker is voor relatief weinig geld, laten we ons enkele keren goed gaan. Maar tussendoor snuiven we dan toch ook maar wat cultuur op. Zo wordt al snel duidelijk dat Jezus hier nog een echte rockster is. Het is de heilige week voor Pasen en de pleinen en straten zijn afgeladen vol met Peruvianen die 7 kerken op een dag willen bezoeken. Hier wordt het ook duidelijk waarom de andere musea in Peru niet zo indrukwekkend waren. De mooiste stukken werden allemaal naar hier gehaald, dus hier zien we al wat indrukwekkender materiaal, maar het mag duidelijk zijn dat de talenten van de Inkas en voorgaande beschavingen toch eerder bij architectuur lagen en niet bij het fijne werk. Wat ons het meest bijblijft zijn de schedelvervormingen. Naargelang de stand van een persoon werd als kind het hoofd zo ingewikkeld dat de schedel op een bepaalde manier zou volgroeien. Een heel ander museum dat we hier bezoeken is dat van Mario Testino. Deze fotograaf fotografeert vaak mensen van over de hele wereld in hun traditionele kledij, maar is in de Westerse wereld vooral bekend om zijn iconische foto’s voor Vogue. Het museum is een opeenvolging van bekende gezichten, niet enkel op de catwalk en het is zelfs een beetje moeilijk te geloven dat al deze bekende foto’s door dezelfde persoon genomen werden.

Onze laatste dagen in Peru lukt het ons toch nog om na alle met plastic bedolven woestijnen een mooi plekje te vinden. We maken een prachtige omweg door de bergen en passeren langs Yungay, een dorp dat in 1975 samen met z’n 25.000 inwoners bedolven werd onder een aardverschuiving. Voordat de nog veel verder rijden laten we eerst onze banden nakijken. De auto blijft maar harder en harder schudden en we kunnen het niet altijd op de weg blijven steken… niets te vroeg zo blijkt, want twee van de vier zijn dringend aan vervanging toe. Hier kan ook ons gedeukt wiel weer rond gemaakt worden en wanneer we verder rijden voelt het alsof we in een nieuwe auto zitten. In het rustige en relatief veilige Lobitos parkeren we dan ons busje vijf dagen naast een surfschool, waar Stefanie haar allereerste surfervaring opdoet. Het lukt redelijk goed en we slagen er allebei in om – toch even – recht te kunnen staan. Hier genieten we er nog eens van om absoluut niets te doen en ook even onze waakzaamheid op een lager pitje te kunnen zetten. We dachten dat we aan drie weken te weinig zouden hebben voor Peru, maar uiteindelijk gaan we hier niet weg met het gevoel dat we veel gemist hebben. Onze verwachtingen waren hoog, maar werden niet ingelost. Er zijn prachtige plaatsen te vinden in dit land, maar wij zullen ook vooral altijd aan de enorme afvalvelden blijven denken. Een Gringo Trail is toch niet altijd zo slecht.


Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s