Viva la corrupción! – Bolivië

Hoe heerlijk om opnieuw Spaans te horen na ons Braziliaans intermezzo. De afgelopen week voelden we ons herhaaldelijk idioot wanneer we iets in het Portugees moeten uitleggen. Maar nu horen we eindelijk terug een aantal bekendere klanken en kunnen we de Romaanse versie van Russisch – zoals Portugees klinkt voor ons – achter ons laten bij het binnenkomen van Bolivia. We kijken enorm uit naar alweer een hoogtepunt van onze reis, de zoutvlakte van Uyuni, maar weten ook niet goed wat te verwachten van dit land. Het blijkt al snel dat we hier wel konden aarden, ondanks dat het de auto afbreekt – telkens opnieuw en opnieuw… en opnieuw.

Bij onze intrede in Bolivia maken we meteen kennis met een populair Boliviaans beroep: corrupte politieagent. De provincie Santa Cruz heeft een geweldige oplichtingstruc waarbij alle verkeersagenten betrokken zijn en ook de douanebeambten. Ze melden ons dat we een orden de circulation moeten kopen in het volgende dorp. Dit papier is in feite gewoon een “we laten je verder rijden zonder nog meer afgeperst te worden”-kaart voor de politiecontroles over de gehele provincie. Koop het als buitenlander één keer voor twaalf euro en je bent ervan af. Koop het niet en elke agent zal zijn deel willen van deze rijke toerist… Welkom in Bolivia. Het papier doet zijn werk tijdens de eerste 600 kilometer naar de stad Santa Cruz. We zien een aantal mensen die in discussies verwikkeld zijn met agenten, maar ons laten ze door wanneer we ons papier laten zien. In Santa Cruz zien we de Duitse Mathias en Isabella opnieuw, die we een maand geleden in Argentinië ontmoetten. We doen het een dagje rustig aan, maken een heerlijke lasagne en rijden dan verder naar de provincie Cochabamba. Daar bezoeken we onze eerste Incaruïnes, Incallajta, en rijden we door een aantal mooie koloniale stadjes onderweg naar Sucre. In het laatste deel van de provincie Santa Cruz is het blijkbaar voldoende om te doen alsof je geen Spaans begrijpt om ongeplukt door de politiecontrole te geraken, zoals onze Duitse vrienden tonen. Jammer genoeg laat Hannes alle kansen op die truc schieten door de agenten meteen in het Spaans te begroeten. Wanneer we zijn originele rijbewijs niet kunnen vinden, ziet de agent zijn kans. Een Boliviaanse burger komt het kantoor binnen en stopt twee Bolivianos – 25 eurocent – in een gat in het bureau van de agent. Hij maakt Hannes duidelijk dat dat het enige is wat hij moet doen om hier weg te geraken en wanneer hij dat dan ook doet, laat de agent hem met een glimlach het kantoor verlaten. Oké, we hebben ten minste niet meer moeten betalen dan de plaatselijke bevolking, maar uiteraard is dit geen spel dat we mee willen spelen. De omkoopsommen betalen, zorgt er alleen maar voor dat het systeem is stand gehouden wordt. Aan de andere kant maakt het de agenten helemaal niets uit dat ze jou tijd een halve dag verspillen. Als puntje bij paaltje komt zijn ze nog steeds agenten, dus hebben ze wel wat zeggenschap. De overheid is helemaal op de hoogte van deze praktijken, maar doet er gewoonweg niets aan. Dus wij toeristen, gaan ook niet meteen voor een grote ommekeer kunnen zorgen. We spelen het dan maar volgens hun regels en rijden door. Gelukkig voor ons is in Bolivia corrupte een mes dat aan twee kanten snijdt. Brandstof wordt zwaar gesubsidieerd voor de burgers, maar buitenlanders betalen een belachelijk hoge internationale prijs. Nummerplaten moeten bij elke tankbeurt doorgegeven worden, dus heb je een pompbediende nodig die er niet voor terugdeinst om de regels een beetje om te buigen. Wanneer je met een jerrycan opdaagt, zetten ze meestal jouw 20 liter bij op de rekening van de auto voor jou en betaal je, zelfs als buitenlander, de lokale prijs. We kunnen met een gerust hart zeggen dat we de Boliviaanse overheid dus voor meer geld opgelicht hebben dan dat zij dat met ons gedaan hebben.

Hannes’ maag doet al lastig sinds dat we het land binnenkwamen en nu we in het midden van de hooglanden in Cochabamba zitten, wordt hij opnieuw onwel. Stefanie neemt het stuur over en kan zo meteen het beste van de Boliviaanse wegen ervaren: een zandweg van maar één rijstrook met een rivier en ravijn aan de ene kant en een bergwand aan de andere kant. We halen het tot in Sucre en Hannes is erg blij dat hij opnieuw een toilet kan gebruiken in plaats van een handschepje. Behalve de toiletten, genieten we ook van de rest van de stad. Mooie, koloniale architectuur, marktjes, leuke restaurants en koffiebars, gewoon een gezellige stadssfeer. Bovendien het belangrijkste: op één of andere manier voelen we ons hier erg veilig en op ons gemak. Twee dagen wandelen we rond in deze stad om de belangrijkste trekpleisters te zien en maken we nog een daguitstap naar Maragua. Dit kleine dorp ligt verstopt tussen de bergen en in een enorme krater. Je krijgt er een aantal mooie uitzichten te zien, maar de weg om er te geraken is een marteling voor je voertuig. Op de terugweg horen we een bekend geluid wanneer de weg te hobbelig wordt en wanneer we stoppen om de auto te controleren, bevestigt een olielek dat één van de achterste schokdempers stuk is. Dat was het niet echt waard… 20 000 kilometer over Zuid-Amerikaanse wegen eist z’n tol… In de overtuiging dat het ook zonder kan, rijden we door tot in Uyuni, zonder dit eerst te repareren in Sucre. Nu we in de hooglanden zitten, komen we al snel boven 4000 meter. Wat er nog aan groen was in het oosten van het land, verandert nu in een eindeloze bruine en rode vlakte met grazende lama’s, quinoavelden en oude vrouwtjes die aardappelen oogsten. Wanneer we alweer een haarspeldbocht verder zijn, zien we in de verte het rode zand plots veranderen in een witte vlakte: de Salar.

Uyuni is waarschijnlijk één van de lelijkste steden die we tot nu toe gezien hebben. Alleen maar zand en afval en als de honderden land cruisers en reiskantoren er niet zouden zijn, zou het moeilijk te geloven zijn dat dit Bolivia’s meest toeristische plaats is. Helaas moeten we hier langer blijven dan we zouden willen. Die laatste 400 kilometer zonder schokdemper hebben de band meer schade toegebracht dan de 4000 kilometer ervoor. Hannes denkt ook dat er iets mis is met de band zelf, maar twee mecaniciens verzekeren ons dat er geen ander probleem is, dus geloven we hem. We starten onze zoektocht naar een reservepaar schokdempers, geen gemakkelijke opdracht in Bolivia! We gaan alle mogelijke winkels af, maar niemand heeft iets. Op één plaats kunnen ze er wel bestellen, maar dat zal minstens twee dagen duren. We hebben weinig opties dus laten we ze – voor een veel te hoog bedrag – bestellen vanuit Sucre, de stad waar we net vandaan kwamen. We gebruiken onze tijd dan maar om de blog en foto’s bij te werken, met koffie in de ene degelijke plaats in het dorp. Slapen doen we naast het treinkerkhof, een verplichte stop op alle tours, maar ‘s avonds en ‘s ochtends heerlijk rustig. We zitten hoger dan 3500 meter dus de nachten zijn koud. Niet echt een probleem voor ons, we zijn beter gewapend tegen de koude dan tegen de hitte. Hier kunnen we ook rustig wennen aan de hoogte, want over een aantal dagen zullen we naar 4500 en 5000 meter gaan. Wanneer de schokdempers arriveren, zien we dat ze, zoals beloofd, gelijkaardig zijn, maar we hebben dus wel enige creativiteit nodig om ze te laten passen. De oude moet eraan geloven, want er mist een metalen ringetje op de nieuwe, dat we van de oude kunnen afhalen. We vervangen dus enkel de kapotte schokdemper, zodat we er nog eentje op reserve hebben als dit niet werkt. Na drie vergeefse pogingen wordt het duidelijk dat de krik van de auto vandaag weigert mee te werken en bij de laatste poging deukt hij de auto zelfs in wanneer die wegschuift, dus maken we de wijze beslissing om iemand anders het werk te laten doen.

We moeten nu echt op onze schokdempers kunnen rekenen, want we starten aan één van de mooiste, maar ook één van de slechtste wegen in Zuid-Amerika. De Laguna-route loopt doorheen een vulkanische woestijn tot op 5000 meter hoogte, langs kleurrijke meren van Uyuni tot San Pedro de Atacama in Chili. We doen de lichtere route, die op de kaart te zien is als een werkelijke weg, en niet het 4×4-spoor. De eerste dag is mooi, maar we hopen toch op mooiere zichten de volgende dagen. De weg is heel zanderig, maar doenbaar. Dan, ironisch genoeg net nadat we tol betalen voor de weg, verandert die in het ergste, hobbeligste spoor waarop we tot nu toe gereden hebben. Aan 15 km/u ploeteren we verder en bij zonsondergang beslissen we dat het genoeg geweest is. We zullen hier dan op het hoogste punt van vandaag slapen, wat uiteraard geen goed idee is, maar deze weg verderzetten in het donker is erger. Vooral Hannes slaapt slecht door de hoogte, maar we zien zo wel de mooie zonsopgang. We rijden door naar Laguna Colorada, dit meer kreeg zijn naam dankzij de rode sedimenten die het water kleuren. Om het plaatje compleet te maken zitten hier ook nog honderden flamingo’s. In complete eenzaamheid kijken we een uur lang naar deze kleurrijke pracht. We moeten vervolgens naar 5000 meter naar een geiserveld. Een aantal kleine wegen leiden naar de bergen, maar elke keer dat we voor de optie zonder stenen gaan, moet de auto uitgegraven worden. Op 5000 meter wordt Hannes opnieuw duizelig – Stefanie lijkt veel beter tegen de hoogte bestand te zijn – en de ingang naar de geisers ziet er zo erg uit, dat we deze weg niet eens proberen. We dalen terug wat af en gaan baden in een natuurlijke warmwaterbron, daar kunnen we de rest van de dag ontspannen en ons opmaken voor een laatste dag op deze helse wegen. Maar voordat we aan de laatste dag beginnen nemen we nog een laatste keer een bad. We kampeerden naast een hotel waar ‘s ochtends de tourgroepen en masse naartoe komen om van het water te genieten, maar wij hebben natuurlijk het geluk dat wij hen voor kunnen zijn. Net voor zonsopgang laten we ons in het water glijden. Buiten vriest het nog, maar het water is lekker warm. In alle rust zien we het licht worden vanuit onze infinity pool. Dit zijn toch de momenten waarop we beseffen dat we een prachtleven leiden op dit moment…

Vanaf hier komt er terug beterschap in de weg en we komen snel bij Laguna Bianca en Laguna Verde. Beide meren laten hun respectievelijke kleuren zien wanneer de wind hun sedimenten op doet woelen in het water. We zijn een beetje te vroeg daar om deze kleurverandering te zien, dus maken we eerst ontbijt. We zien weer heel wat tourgroepen komen en gaan, zij wachten niet totdat de kleuren te zien zijn, dus we vragen ons af hoe spectaculair die mensen hun tour vinden. Uiteindelijk zijn het toch vooral de kleuren die het hier spectaculair maken… Vanaf deze meren verlaten we Bolivia een aantal dagen om weer 2000 meter te dalen en naar de droge woestijn van San Pedro de Atacama te gaan. We komen terug in de bewoonde wereld en dat betekent gelukkig ook geasfalteerde wegen. Niets te vroeg, want ondertussen hebben we opnieuw twee gebroken schokdempers en de nieuwe klinkt ook niet al te best meer. Wanneer we sneller dan 70 km/u rijden, lijken we eerder in een kermisattractie dan in een auto te zitten. De zandstenen landschappen van deze woestijn zijn surreëel, maar we zijn in Chili, dus moet je er natuurlijk overal voor betalen. Eén van de mooiste dingen is echter wel gratis: wanneer het donker geworden is, de prachtige sterrenhemel zien. Toevallig belanden we in een restaurant aan een tafel naast Steven, een Belgische astronoom en ondernemer die in San Pedro woont. Hij leent ons een telescoop voor vannacht, dus kunnen we des te meer van deze prachtige hemel genieten. Uiteindelijk is de telescoop niet sterk genoeg om werkelijk spectaculaire beelden te geven – Hannes had stiekem gehoopt dat het de instagramfeed van NASA zou evenaren – maar het was een leuke ervaring. We ontbijten bij alweer een prachtig uitzicht en lunchen bij een Franse bakkerij in het centrum die heerlijke stokbroden en croissants maakt. Lekker brood zoals wij dat kennen is een rariteit in Zuid-Amerika, dus profiteren we ervan en eten we voor de rest van de dag enkel brood. We waren van plan om na Atacama meteen terug naar Uyuni te gaan en onze reis in Bolivia door te zetten, maar nu we de kans hebben om in een grotere stad op zoek te gaan naar schokdempers, moeten we dat natuurlijk eerst doen. We kunnen inderdaad de originele krijgen in Calama, maar dat zou een maand duren en we zouden er 1100 euro voor moeten neertellen, neen bedankt. We vertellen de garagisten dus dat ze het creatief zullen moeten oplossen met de nieuwe schokdemper die we nog hebben. Het lukt hen en ze installeren ook degene die we onlangs vervangen hadden opnieuw. Alleen de voorste is nu nog stuk, maar het zal zo dus maar moeten lukken. Klaar om terug richting Uyuni te rijden dan? Niet echt. We hebben ondertussen gemerkt dat ons roze papier van de auto spoorloos is. De enige plaats waar we dit kunnen hebben achtergelaten is aan de grens bij San Pedro. We haasten ons om de 150 kilometer terug af te leggen voordat de grens sluit. In alle haast ziet Hannes een vluchtheuvel niet en rijdt er met volle snelheid over, waardoor de auto eventjes een vliegtuig wordt. Vervolgens geraakt de auto nog oververhit bij het stijgen, maar uiteindelijk lukt het ons en hebben we ons roze papier terug in handen, oef!

Na onze kleine omweg van 300 kilometer, komen we terug in Bolivia via de mooie pas bij Ollagüe. Ditmaal halen we Uyuni, waar we vorige week onze lus startten, zonder dat er iets afbreekt aan de auto. Hannes was vastbesloten om op de zoutvlakte te rijden en de nacht er door te brengen, maar met alle problemen van de afgelopen weken en wetende dat het zoute water ook veel schade kan aanrichten, twijfelt gij toch sterk. We gaan sowieso naar Colchani, aan de rand van de zoutvlakte, want we willen er graag de zonsondergang zien. We zijn natuurlijk niet de enigen met dit idee, de volledige ruimte rond de ingang is overladen met tourgroepen en er arriveren er elke minuut meer. Het lukt ons nog om tot op de eerste rij te geraken en halen één van onze Argentijnse flessen wijn boven. Deze tijd van het jaar staat de zoutvlakte gedeeltelijk onder water, vooral aan de randen, en het stilstaande water reflecteert de lucht als een spiegel, zo ver als je kan zien. Het is een prachtig zicht en zelfs de honderden mensen die dit samen met ons staan te bekijken, kunnen dit niet verpesten. De tours moeten natuurlijk ooit vertrekken en wanneer de zon helemaal onder is, hebben we deze plaats praktisch voor ons alleen. De zonsopgang is minstens even mooi en een pak rustiger. We kunnen wel besluiten dat het water nog te diep is om met onze auto door te rijden, hier heb je een 4×4 voor nodig. We willen naar de noordelijke kant rijden en zien of die ingang toegankelijker is. De wegen liggen er de eerste 150 kilometer goed bij, dus maken we snel vooruitgang. Helaas ziet Hannes een gat in de weg niet en rijdt hij er met volle snelheid in. Dit vernielt de velg van het voorste wiel – hetzelfde wiel waarbij ook de schokdemper al stuk was. Gelukkig werkt de krik ditmaal wel en wanneer het wiel vervangen is, zien we dat die velg inderdaad niet erg rond meer is. Wanneer we bij de noordelijke ingang van de Salar komen, blijkt deze omweg het toch waard te zijn. Een oprijlaan gaat zo’n 100 meter in het zout en we kunnen aan het einde ervan kamperen, waar het voelt alsof we midden op de vlakte staan. Hier zijn geen tourgroepen, enkel witte leegte. De lucht is hier ‘s nachts zelfs nog mooier dan in de Atacamawoestijn. Hannes offert wat slaap op om foto’s te nemen en de wekker staat ook voor de zonsopgang. Hoewel veel minder, staat hier toch nog water en beslissen we dat we maar even geen risico’s meer nemen met de auto. We wandelen de zoutvlakte wel op voor onze verplichte dolle foto’s en de auto zal deze keer niet deelnemen aan de shoot.

We rijden vervolgens naar onze laatste bestemming in Bolivia: nationaal park Sajama. Onderweg stoppen we bij het enige tankstation in de buurt, maar de pompbediende is hier ook de lokale politieagent. Hij is de zonderlinge eerlijke agent en vraagt de internationale prijs. We kunnen gelukkig nog een heel eind verder met onze tank, dus lachen we en rijden we door. We gaan hier echt niet de volle pot betalen. De laatste 100 kilometer rijden we met een prachtig zicht. De horizon voor ons vult zich met vulkanen met besneeuwde tippen. De zichten in het park rond de Sajamavulkaan zijn al even betoverend. We slapen naast een geiserveld op 4700 meter, wat maakt dat het hier ‘s nachts erg koud wordt. De rivier die al het warme water van de geisers opvangt was de avond voordien lekker warm, maar wanneer Hannes ‘s ochtends een bad gaat nemen is hij toch snel terug. Een deel van het warme water is ‘s nachts bevroren, wat er nu voor zorgt dat de rivier een pak kouder is en het dus geen ontspannend bad wordt. Dan zoeken we een kokende geiser om onze eitjes te koken. Het duurt wat langer dan op een vuur, maar we slagen erin om een lekker gekookt eitje te krijgen voor ons ontbijt, dat ons klaarmaakt voor de lange rit naar La Paz en de Peruviaanse grens.

Bolivia is een land van uitzonderlijke natuurlijke schoonheid en we hebben er echt van genoten. We voelden ons er nooit onveilig of niet welkom, hoewel een lach vaak ver te zoeken was op de Boliviaanse gezichten. Maar ze hebben nog een lange weg af te leggen om het land te bevrijden van corruptie, plasticvervuiling en obesitas – om maar enkele duidelijke problemen te noemen. Hoe dan ook zijn we blij dat we dit juweeltje eindelijk gezien hebben en rijden we opgewonden richting Peru. We hebben ondertussen wel genoeg van kip met rijst en we kijken uit naar de beroemde Peruviaanse keuken.


Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s