Op jacht naar jaguars: terug naar Brazilië

We maken ons klaar om Argentinië te verlaten, maar het wordt even spannend of dat wel gaat lukken.. De grensovergang die we gekozen hebben houdt een overzet met een ferry in. We hebben gelezen dat die vijf euro zou moeten kosten – uiteraard enkel cash te betalen – dus hebben we nog net iets meer dan dat bedrag bij. Wanneer we uitgestempeld zijn en staan te wachten op de ferry, komen we erachter dat die erg opgeslagen is. En nu hebben we uiteraard niet genoeg meer bij. Hannes haalt zijn onderhandelkunsten boven, maar die baten niet. We starten de auto dan maar om weer de andere kant op te rijden en een andere grensovergang te nemen. Ver komen we niet. De auto maakt plots heel onrustwekkende geluiden, dus leggen we hem snel weer stil. We waren onderweg naar Paraguay om het olielek te laten repareren, maar daar lijken we nu niet eens te geraken. Misschien maar goed dat we ons verblijf in de Braziliaanse Pantanal nog niet vastgelegd hebben…

Daar staan we dan, tussen twee grenzen, met een auto die we niet meer kunnen starten en te weinig geld om de oversteek te kunnen maken. Hannes vind uiteindelijk iemand die ons de grens over kan slepen naar Paraguay en de douaneagente is zo vriendelijk om ons de twee euro te geven die we te kort hadden om de ferry te betalen. Oef. We worden tot aan het eerste tankstation in Paraguay gesleept en hier zullen de nog een dagje moeten wachten. Gelukkig hebben we nog genoeg wijn in de koffer zitten om onze redders in nood een bedankje mee te geven. De Zuid-Amerikanen vieren nog steeds carnaval, dus moeten we wachten tot het lange weekend voorbij is. Gelukkig is het een moderner tankstation, 24 uur open, goed internet en een winkeltje met ook heel wat eten en vooral met airconditioning, want het is hier bloedheet. Dinsdagochtend nemen we een taxi naar de Volkswagengarage, maar die willen ons niet helpen omdat we de auto niet bij hen gekocht hebben, tja… Op één van onze reizigersapps vinden we een garage in de buurt die al goed werk leverde aan het VW-busje van andere reizigers, dus proberen we het daar. Ze gaan mee onze auto ophalen en denken te weten wat het probleem is. Ze vermoeden een defect aan de airco, maar voor de zekerheid, willen ze de auto toch ook nog niet laten rijden en dus slepen ze ons naar hun garage. Wanneer ze daar alles uit elkaar beginnen te halen, blijkt het probleem toch elders te zitten. Een aandrijfwiel dat op de distributie is gemonteerd is in flarden uiteen gedraaid. Aangezien dit stuk rechtstreeks verbonden is met de distributie, en dus de synchronisatie van de hele motor, zit er niks anders op dan alles open te halen en na te kijken of er ergere schade is. Terwijl de mecaniciens op zoek gaan naar een reserveonderdeel en alles proberen te repareren bezoeken wij Asuncion, maar dat duurt niet lang, want veel is er niet te zien en mooi is ook niet het woord om deze hoofdstad te beschrijven. We worden wel aangenaam verrast door het eten, dus dat is alvast een meevaller. Na twee dagen zijn ze klaar en rijden we Asuncion uit. Na nog geen 10 kilometer vallen we echter midden op straat stil en dit keer geraken we zelfs helemaal niet meer gestart. Auto aan de kant duwen en internet zoeken om te kunnen bellen dus… Hoewel ze al lang klaar zijn met werken, komen ze ons toch weer halen en worden we opnieuw naar de garage gesleept. Na 2 dagen zoeken, proberen, andere mecaniciens opbellen en nog eens wat sleutelen, slagen ze er uiteindelijk in de motor correct af te stellen. De bus heeft wat kracht verloren in het proces, dus geheel hetzelfde is het nog niet. Maar ach, we verbruiken ook één liter diesel minder per 100 km, dus heel rouwig zijn we er niet om…

Onze verwachtingen van Paraguay bleken te kloppen: er is niet veel te zien, dus kunnen we in één stuk doorrijden naar Brazilië. We gaan hier nog even terug naartoe om de Pantanal te bezoeken. Deze gigantische uitgestrekte vlakte komt jaarlijks bijna volledig onder water te staan. Hierdoor heeft de mens nooit echt voet aan de grond gekregen in dit gebied en is het dus een paradijs om wilde dieren en vogels te spotten. Veel diersoorten uit het Amazonewoud leven ook hier, maar het landschap van de Pantanal is een pak toegankelijker dan de dichte jungle in het noorden. Het is dus dé plek in Zuid-Amerika om jaguars van heel dichtbij te zien. Voordat we naar onze verblijfplaats gaan, rijden we eerst zelf door het park. De weg ligt er goed bij, dus dat lukt gemakkelijk. We zien heel wat kaaimannen, een hertje en een prachtige toekan. Tegen de middag rijden we richting de Pantanal Jungle Lodge, waar we de volgende vier dagen zullen doorbrengen. Alles is daar in jaguarthema aangekleed, dus we verheugen ons al helemaal op de mogelijkheid er echt één te kunnen zien. We starten de eerste avond met piranhavissen. Met een simpele bamboestok en een beker gesneden biefstuk gaan we aan de slag. Het blijkt toch een beetje lastig want de vissen knabbelen het vlees rond de haak weg, dus moet je hem net op dat moment naar boven trekken waarop hij toch eens de haak in zijn mond neemt. Na een tijdje heeft Hannes toch succes en kan hij er een aantal vangen. Stefanie moet tot op het einde geduld hebben om er eentje te kunnen binnenhalen. Bij het avondeten krijgen we onze vangst geserveerd. Een lekker stevige vis volgens Hannes, maar Stefanie bedankt na een hapje vriendelijk en gaat voor de saladebar.

De volgende dag starten we met een autosafari, die gaat over dezelfde weg als degene die we gisteren alleen deden. Het heeft vannacht heftig geregend en dat heeft zijn sporen nagelaten op deze weg. Vandaag zouden wij er nooit nog doorgeraken met onze auto, 4×4 is nodig voor de vele modderige stukken. We zijn nog maar amper vertrokken, of we zien al een boom vol met rode ara’s zitten. Ze laten hun prachtige kleuren graag zien door regelmatig heen en weer te vliegen. De volgende vogels die we zien zijn van een ander formaat. De jabiroe is het symbool voor de Pantanal. Je kan ze ook moeilijk missen want ze zijn met hun 1m50 bijna zo groot als Stefanie. Verder zien we nog capibara’s over de weg lopen en de sporen van een jaguar, niet zo ver van de Lodge. Deze waren vers in de modder gedrukt en we hebben hem dus op een haar na gemist… Na de autosafari maken we een wandeling doorheen de vele weilanden en palmbossen. Eén van de andere gasten heeft niet zo goed door dat je best stil bent tijdens zo’n wandeling als je iets wilt zien en blijft maar babbelen… we worden een tijdje vanop een afstand gevolgd door een familie neusbeertjes en zien een aantal apen en massa’s blauwe ara’s in de bomen zitten. We krijgen even hoop als er plots veel kabaal komt van de vogels boven ons en ook onze gids rond begint te kijken met camera in de aanslag, maar er is uiteindelijk niets te zien. Tony, onze gids, laat ons een foto zien en speelt een geluidsfragment af van een jaguar die hij vorige week zag en wij kunnen alleen maar hopen dat hij er deze week opnieuw een ziet. Hij zegt wel dat hij er nog nooit een gezien heeft in de velden en bossen tijdens een wandeling. Bij de bootactiviteiten gaan we de grootste kans hebben. Toch moeten deze dieren hier wel af en toe passeren aan de koeienkadavers te zien… De Pantanal is een plek waar ze het belang van toerisme in de strijd tegen stropers goed hebben ingezien. Inkomsten uit het toerisme worden hier gebruikt om boeren te vergoeden indien ze vee verliezen door een zeldzame aanval van puma’s of jaguars. Zo hoeven de boeren geen jacht meer op ze te maken, kunnen wilde dieren en vee hetzelfde terrein delen en worden gezonde populaties katachtigen in stand gehouden. Die avond gaan we nog kajakken en een boottocht met zoeklicht maken, dus het kan nog voor vandaag! We houden onze ogen goed open in de kajak en proberen zo weinig mogelijk geluid te maken, maar behalve veel vogels zien we weinig anders. Ook tijdens de boottocht in het donker doen we onze uiterste best om iets te zien en elke keer is het spannend wanneer ons zoeklicht op een paar glinsterende ogen in de verte valt, maar telkens zijn het kaaimannen.

De volgende voormiddag gaan we paardrijden. Blijkbaar moeten we dat verkleed als de Village People doen. De helm geeft ons een half hoofd extra, maar voelt niet alsof hij voor veel bescherming zal zorgen. Zoals verwacht krijgen we natuurlijk ook erg tamme paarden, dus verwachten we geen moeilijkheden. Deze tocht is eerder aan de saaie kant, behalve koeien en buffels zien we niet veel. Dus vermaken we ons maar met de paarden sneller proberen te laten gaan of te lachen wanneer dat plots gebeurt bij iemand die nog nooit eerder op een paard zat. De bootsafari van die namiddag is een leukere activiteit. We zien veel aapjes en – uiteraard – vogels en hier en daar een capibara. We kunnen vooral ook genieten van het mooie weer en wanneer het te warm wordt kunnen we ook zwemmen in de rivier. Nadat Tony ons verzekerd heeft dat hier geen piranha’s zitten dan. Hannes schrikt toch even wanneer hij iets voelt prikken aan zijn rug en voeten, maar het blijken kleine, onschuldige visjes te zijn die graag eens een stukje mens proberen.

We maken dezelfde boottocht de volgende voormiddag nogmaals, maar met een andere gids. We vertrekken pas ‘s middags, dus konden we ons gewoon bij een andere groep aansluiten voor één laatste activiteit. Deze gids is wel erg geïnteresseerd in vogels, hij vaart van de ene naar de andere boom om de verschillende vogels die er zitten uitgebreid te bespreken. Het is vandaag een veel grijzere dag, dus veel zin om te zwemmen hebben we niet. Wanneer we door een stuk vol planten varen, raken die verstrikt in de motor en moet de gids ze eruit halen. Terwijl iedereen hierop toekijkt, horen wij, vooraan in de boot, recht voor ons een luide en diepe grom die ons meteen aan Tony’s geluidsfragment doet denken. We wisselen snel een blik en beseffen dat we dat allebei wel degelijk gehoord hebben. We vertellen dit aan de rest van de boot, maar de gids heeft er weinig oren naar. Hij blijft er even dobberen, maar vaart al snel door, want volgens hem hebben we een kaaiman gehoord. Als dat een kaaiman was, hadden we die zeker ook willen zien, aan de kracht van het geluid te horen. We kunnen hem nog overtuigen om terug te gaan, maar we horen of zien niets meer.

Hoewel die laatste activiteit voor teleurstelling zorgde, zijn we enorm blij dat we naar hier gekomen zijn. We hebben er heel wat muggen voor moeten trotseren en we zullen nog een aantal dagen jeuk hebben, maar we hebben enorm mooie dingen gezien van erg dichtbij. Maar we weten nu ook dat we zeker nog eens naar de jungle willen, want een jaguar, wie wil dat nu niet zien?


Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s