Regenboogbergen en fluoveren – Noord-Argentinië

Na drie maanden naderen we het laatste stukje van Argentinië. Dit lijkt ons ongelooflijk lang om door één land te reizen, maar aangezien Argentinië ruwweg even groot is als Europa, is het toch begrijpelijk dat we hier zo lang geweest zijn, we hebben dan ook bijna elke uithoek van het land gezien…

De mensen worden steeds kleiner en de kleding steeds kleurrijker, we komen duidelijk dichter bij Peru en Bolivia. Voordat we naar Salta gaan, waar we voor het eerst een museum kunnen bezoeken over de Inca-cultuur, gaan we nog even de natuur in. We rijden doorheen het nationaal park Los Cardones, een park vol cactussen. Die zijn hier gigantisch en ze staan werkelijk overal. Plots schiet Stefanie recht uit haar stoel en gaat Hannes op de rem staan. We zien iets op de weg zitten en zijn verbaasd wanneer we zien wat het is… een tarantula steekt rustig de weg over voor onze neus. Het is de eerste keer dat we er een tegenkomen en we zijn allebei niet scheutig aan spinnen. Best eng ook dat we die dus zien kruipen vanuit de auto, ze zijn dus echt groot… Eens het harige schepsel overgestoken is, gaan we verder richting Salta. We hebben ondertussen gemerkt dat de auto opnieuw olie lekt en we dus opnieuw naar een mecanicien moeten. In Salta is gelukkig een Volkswagengarage, dus vestigen we daar onze hoop op. Wanneer we aankomen in Salta merken we dat er verdacht veel gesloten is, vooral alle garages waar we langsgaan. We spreken iemand aan op straat en komen zo te weten dat het een feestdag is vandaag, lap… Vandaag moeten we de stichting van Salta vieren, dus zullen we pas morgen ergens terecht kunnen. Gelukkig doet het gemeentelijk zwembad in Salta ook dienst als goedkope camping en kunnen we daar terecht voor vannacht. Het zwembad is gigantisch, we hebben nog nooit iets groters gezien, maar dat is blijkbaar ook wel nodig, want we hebben gevonden waar iedereen in Salta zit, hier… Na een rondje om het zwembad merken we een plaats waar een aantal auto’s staan met Nederlandse en Duitse nummerplaten. Wij zetten ons gezellig bij in deze Europese hoek en leren er de Duitse Isabelle en Matthias van Twoauftour kennen, die rondreizen met hun omgebouwde Sprinter.

De volgende ochtend beginnen we op tijd aan onze ronde langs mecaniciens, we weten ondertussen dat dat wel eens meer tijd in beslag kan nemen dan gedacht. Van de VW-expressgarage worden we naar het grotere filiaal gestuurd waar ze wel een klein onderhoud doen – wat na 15 000 kilometer nog wel eens nodig was – maar om het olielek na te kijken nu geen tijd hebben en we een afspraak moeten maken. Het zal ons hier ook €50 kosten om hen gewoon naar het lek te laten kijken, dus zoeken we intussen naar een goedkopere en ook snellere oplossing. Bij de kleinere garages worden we meestal meteen geholpen, dus doen we nog wat andere adresjes aan. De ene is nog op vakantie en de andere zegt dan weer dat we ons om zo’n klein lek geen zorgen moeten maken… Het lijkt wel of niemand zin heeft om onder onze motorkap te duiken. We kunnen hier toch pas ten vroegste over twee dagen verder geholpen worden en over een paar dagen wordt het weer slechter, dus besluiten we dan maar om eerst onze lus in het noorden te maken en dan terug te komen en voor de auto te zorgen. We nemen een prachtige weg langs San Salvador de Jujuy, deze weg leidt ons doorheen een groene vallei en over de smalste weg die we tot nu toe gehad hebben, door andere reizigers werd hij meermaals beschreven als een fietspad en we snappen helemaal waarom. De weg ligt er erg goed bij, maar we komen hier liever geen tegenliggers tegen. We gaan helemaal tot in Iruya, een klein dorpje verborgen tussen de bergen. Het is een gezellig dorpje dat nog niet overspoeld is door toeristen – dat ligt waarschijnlijk aan de lange rit over een niet al te beste weg die je ernaar moet nemen. Hoewel de staat van de weg te wensen overlaat, is de omgeving wel prachtig. We rijden Iruya tegemoet tussen enorme heuvels met gigantische geulen, de ideale weg om je heel erg klein te voelen. Wanneer we Iruya eindelijk te zien krijgen, ligt het dorp al in het donker. Enkel de wolken en lucht worden nog verlicht door de verdwijnende zonnestralen. We hebben een rustige nacht op het dorpsplein van Iruya en het is even zweten wanneer we een steile straat op moeten om het dorp uit te rijden, maar we halen het gelukkig wel. Op weg terug naar Salta liggen nog een aantal mooie dorpen en het eerste daarvan is Humahuaca. Naast dit dorp gaan we naar de 14-kleurenberg – inderdaad, Peru, veertien in plaats van zeven! Des te lager de zon komt te staan, des te mooier de kleuren van de berg worden. Bij het terugwandelen naar de auto merken we dat we op hoogte zitten. Op die hellende vijfhonderd meter moeten we toch een aantal keer stoppen en uithijgen. We wandelen ‘s avonds nog door het gezellige Humahuaca, maar gaan goed op tijd slapen. We willen vroeg opstaan om naar Purmamarca te gaan, dit dorp werd vlak tegen een andere berg gebouwd die ook weer prachtige kleuren heeft, maar die mooier zijn bij zonsopgang.

Voor dag en dauw gaan onze gordijntjes open en rijden we richting Purmamarca. We rijden het dorp binnen doorheen de gekleurde bergen en ontbijten daarna met het zicht op de bergen. Voordat het te warm wordt maken we een uitstap naar de zoutvlaktes hier vlakbij. Nee, we gaan die van Bolivia zeker niet overslaan binnenkort, maar deze zoutvlakte is momenteel droog en de kans is groot dat de zoutvlakte in Uyuni nog onder water zal staan tegen de tijd dat we in Bolivia komen. Op deze manier hebben we dus de kans om zowel een keer de droge witte vlakte te bekijken als de spiegel van het water. Deze Argentijnse zoutvlakte is veel kleiner dan die in Bolivia, maar toch nog steeds ongelooflijk mooi. Gelukkig hebben we ons eigen vervoer en kunnen wij een rustig plaatsje op het zout opzoeken in plaats van ons tussen de menigte te begeven waar de bussen stoppen. Het leuke aan de zoute grond is dat je kunt spelen met het perspectief van je camera. We moeten even wat testen en stellen de camera meermaals verkeerd in, maar uiteindelijk lukt het dan toch om een paar surrealistische foto’s te nemen. Voor het eerst kunnen we ons niet inhouden om een souvenir te kopen. Alle souvenirs worden hier uiteraard van zout gemaakt en de schattige lamabeeldjes trekken onze aandacht, zo moesten we er toch eentje hebben. We hebben er onderweg ook al echte gezien en ook de levensechte versie ziet er enorm schattig uit. Tussen Purmamarca en de zoutvlakte hebben de ook voor het eerst vicuna’s gezien. Deze wilde kameelachtigen zijn de kleinere en elegantere neefjes van de guanaco’s. Hun goudkleurige wol werd gebruikt voor de kleding van Incakeizers en is momenteel zelfs meer waard dan goud. Na de middag gaan we even terug langs Purmamarca. Elke dag staat hier een heuse markt op het dorpsplein met allerlei souvenirs. Het is hier duidelijk veel toeristischer dan Humahuaca. Het lijkt ons maar niets om hier te blijven slapen, dus rijden we verder en kamperen we bij een meer in de buurt, veel rustiger.

Maandagochtend gaan we opnieuw naar Salta. Na een nieuw rondje mecaniciens vertelt de laatste ons dat we beter naar Paraguay kunnen rijden, want daar hebben ze veel meer VW-onderdelen, in Argentinië bestaat onze motor niet, beweert hij, dus zijn er ook amper wisselstukken te krijgen. We gaan na Argentinië nog even terug naar Brazilië om de dieren van de Pantanal te gaan ontdekken, dus kunnen we gemakkelijk door Paraguay daarnaartoe rijden. Dan rest er ons nog maar één ding in Salta: het Museo de Arqueología de Alta Montaña. In dit museum over de Incacultuur wordt dieper ingegaan op de kinderoffers die gemaakt werden, met als fascinerend hoogtepunt de gemummificeerde lichamen van drie kinderen die op de top van de Llullaillaco gevonden zijn. Natuurlijk is het museum gesloten op maandag, dus zal het niet voor vandaag zijn… We doen het voor de rest van de dag dan maar rustig aan en barbecuen en overnachten opnieuw op de camping aan het megazwembad. De volgende ochtend kunnen we dan naar het museum en hoewel we maar één van de drie kinderen kunnen zien (ze worden elke zes maanden gewisseld om ze goed te kunnen bewaren) zijn we toch tevreden dat we gewacht hebben, dit museum hadden we niet willen missen. Het blijft toch moeilijk te geloven voor ons dat iemand zijn kind vrijwillig achterlaat op de top van een berg en gelooft dat het kind slechts “te slapen gelegd” wordt, het woord offeren nemen de oude bevolkingen niet in de mond. (Foto’s nemen was niet toegestaan dus deze foto is even online geleend.)

Richting de grens met Paraguay stoppen we nog in het nationaal park van de warme en droge provincie Chaco. We verwachten er niet al te veel van, want deze provincie is niet meteen de meest welgestelde van Argentinië. Dit was al te merken aan de snelweg met metersgrote gaten in het wegdek en dat er hier meer mensen te paard rijden dan in een wagen. Tegen onze verwachtingen in is het park mooi onderhouden, het sanitair ziet er pakken beter uit dan wat we doorgaans in de Argentijnse parken hadden en er is een grote kampeerweide die zelfs voorzien is van barbecues en dat allemaal gratis! Wanneer Hannes gaat wandelen ziet hij een tarantula wegduiken en daarna ook interessante sporen. Wanneer hij ze van dichterbij bekijkt bedenkt hij dat ze wel eens van een poema zouden kunnen zijn. De parkwachters bevestigen dit later en zeggen dat er in dat stuk van het park al vaker één gezien is. Tegen de avond gaan we terug naar het begin van die wandeling, maar we hebben geen geluk. Op de camping echter, zet Hannes plots een stapje sneller richting auto wanneer hij in het donker terugkomst van de douches. Hij hoort een vreemd, grommend geluid en ziet in de verte ogen weerspiegelen die wel heel erg aan die van een kat doen denken. We zitten vol spanning van achter het raam in het donker te staren en zien een redelijk grote schim, maar meer dan de groene, glinsterende ogen krijgen we niet te zien. Even later komt er plots wel een vosje een rondje maken rond onze auto, het is duidelijk aan het gedrag van de dieren hier dat de camping niet vaak gebruikt wordt door mensen. ‘s Ochtends zetten we onze reis door en maken we ons op voor een groot feest: carnaval. We vieren Carnaval in Corrientes, één van de plaatsen in het land waar het hardst gevierd wordt, perfect! Wanneer wij aan Carnaval denken, denken wij aan een stoet doorheen de straat, maar dat is niet de manier waarop de stoet hier doorgaat. Vrijdagavond zetten we ons op één van de sterk verlichte tribunes waartussen de stoet zal paraderen. Om tien uur is het dan zo ver, plots staan alle mensen rondom ons recht, begint de muziek en zien we de eerste pauwenveren voorbij zwieren. Urenlang zien we de glinsterende pakjes voorbij gedanst komen. We vragen ons ook vaak af hoe zwaar de tooien niet moeten zijn die ze meesleuren, maar nog vaker verbaast het ons dat de minuscule pakjes aan kunnen blijven bij al dat gezwier. We worden na verloop van tijd toch wat moe en de groepen blijven maar komen, de laatste drie groepen die voorbij kwamen deden dat telkens op de grote carnavalsklassiekers dus dachten we telkens dat het de laatste was, maar er blijven er maar nieuwe komen. Wanneer we op de klok kijken en zien dat het al vijf uur is houden we het voor bekeken, genoeg gevierd voor ons, na deze zeven uren feestgedruis kunnen we wel even verder.

We worden al snel snel terug wakker door de hitte en de zon drijft ons uit onze auto. We voelen ons niet al te best en hadden liever nog wat langer doorgeslapen. Zo voelt dat wanneer je te veel gedronken hebt, juist… Wanneer de airco van het tankstation ons voldoende afgekoeld heeft en we terug een beetje tegen het licht kunnen zoeken we een rustig plekje om de rest van de dag door te komen. Net voor de grens ligt nog een laatste nationaal park waar we naartoe willen. Onderweg worden we nog tegengehouden door een agent die er duidelijk op uit is ons een boete te bezorgen. We halen ons beste acteertalent uit de kast en uiteindelijk keert zijn humeur plots en mogen we doorrijden, zonder boete. In het Rio Pilcomayo nationaal park krijgen we bij een flesje malbec – en gewapend tegen de muggen – voor de laatste keer in Argentinië een prachtige zonsondergang te zien. De perfecte afsluiter van een land waar we allebei een beetje verliefd op geworden zijn.


Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s