Gezelschap onderweg: van de goede en de slechte soort – Bariloche & Malalcahuello

Des te noordelijker we komen des te aangenamer de temperaturen worden en des te groener de omgeving. Bariloche is niet voor niets een van de meest populaire vakantiebestemming voor de Argentijnen in eigen land. Het is nog schoolvakantie in Argentinië, dus zal het nu voorgoed voorbij zijn met al die mooie plekjes voor onszelf te hebben? We reizen opnieuw met gezelschap de komende week, de Belgische Sandie, die we in Rio de Janeiro ontmoetten, komt een tijdje met ons mee.

De tijden dat we alleen op de baan waren zijn voorbij, we worden steeds door meer auto’s omringd. In de drukte van El Bolson zien we plots 2 mensen hevig zwaaien en naar onze nummerplaat wijzen. Dat kan natuurlijk maar één ding betekenen: langenoten. Hoewel we onszelf hadden opgelegd snel tot in Bariloche te rijden en al zeker geen lifters mee te nemen – in het gebied hier is een uitbraak van het dodelijke hantavirus – stoppen we toch en vergezellen Astrid en Tim ons tot onze bestemming. En maar goed ook want naast een zeer gezellige rit krijgen we meteen een invitatie om mee te gaan naar Burning Man 2020! Dat is een absolute droom van ons beide, dus wie weet… Wanneer we bijna in Bariloche komen, staan we dan plots stil. File, iets wat we bijna vergeten waren in ons stressvrije leven. De laatste 20 minuten voor de afslag naar de camping zit er niets anders op dan stapvoets de lange resem auto’s voor ons te volgen. We verblijven in Colonia Suiza, vijftien kilometer van Bariloche zelf. De reden daarvoor is de vele waarschuwingen van andere reizigers over deze stad. Bariloche heeft momenteel een slechte reputatie omwille van de vele auto-inbraken, vooral dan in auto’s van buitenlanders. Het is in en rond Bariloche zo druk dat we al niet veel zin hebben om hier lang te blijven, we laten de wandelingen er dan ook links liggen. Gelukkig is ook Colonia Suiza best gezellig. Er is een uitgebreide eetmarkt waarvoor de toeristen van Bariloche speciaal naar hier komen. We pikken Sandie op aan de rand van de stad en verblijven nog een nachtje op de camping. Voordat we terug naar de camping rijden, gaan we nog een biertje drinken bij de Patagonia-brouwerij, onderdeel van Hannes’ ex-werkgever AB InBev en mogelijk de mooiste locatie voor een brouwerij ter wereld. Colonia Suiza is vooral overdag levendig dus koken we vanavond zelf. De camping heeft een enorme oven en daar maken wij gebruik van om het door ons supergeliefde lasagnerecept van Hannes’ mama te maken – hmm, toch een beetje het gevoel van thuis. De volgende dag laten we Bariloche achter ons en zoeken we een mooi plaatsje om te kamperen aan het begin van de bekende Zeven Meren-route. We luieren wat in de zon, koelen een beetje af in het aangename water en schieten tegen de avond toch in actie om onze barbecue voor te bereiden – ja, we hebben onself helemaal de Argentijnse levensstijl aangemeten, tranquilo. De volgende ochtend staan er wafels op het menu, maar die zijn deze keer iets minder succesvol dan vorige keer. De garnering van aardbeien en slagroom die we voorzien hebben maakt het wel goed en, eerlijk, wanneer zijn wafels echt slecht?! Wanneer de zon zich een beetje gaat schuilhouden achter de wolken maken we de Zeven Meren-route af. Best mooi, maar eerlijk gezegd hebben we in het zuiden veel mooiere plekken gezien. Het is wel geen geweldig weer vandaag en op de weinige momenten dat de zon toch doorbreekt, komen alle kleuren veel meer tot leven, dus hebben we vandaag misschien ook gewoon pech. We vinden wel een mooie lunchplek, maar aan het einde van de dag kunnen we besluiten dat we toch niet helemaal onder de indruk zijn van Argentiniës mooiste stukje weg en denken we dat de Argentijnen misschien opzien tegen het minder gastvrije klimaat in het zuiden of dat het niet gemakkelijk genoeg bereikbaar is. De weg eindigt in San Martin de Los Andes, logischerwijs een erg toeristische stad. Hier gaan we geen slaapplaats vinden, maar voordat we verder rijden eten we hier wel, want we vrezen dat het volgende dorp, Junin de Los Andes, te klein zal zijn en we er niets zullen vinden. We vinden niet echt iets wat ons zint tussen al deze supertoeristische plaatsen en stellen ons tevreden met een snelle hap in de Irish Pub. Ons dessertje is wel de moeite, want we zitten hier in de chocoladestreek en de lokale specialiteit, bevroren frambozen met een laagje witte en daarrond een laagje melkchocolade, is onweerstaanbaar lekker. Stefanie had deze al in Buenos Aires, maar voor Hannes is het de eerste keer aangezien hij destijds ziek was. In Junin de Los Andes vinden we een gezellige plaats naast de rivier waar Sandie haar tent kan opzetten en wij ook met de auto kunnen staan. Wanneer we door het dorp rijden, beseffen we dat onze voorspelling over deze plaats niet klopte, er zijn wel degelijk wat restaurantjes en die zien er allemaal veel gezelliger en authentieker uit dan in San Martin de Los Andes, verdorie toch.

De volgende dag gaan we terug de grens over naar Chili. Ons doel is het nationaal park Malalcahuello. Hier zullen we nog eens een langere, meerdaagse wandeling kunnen maken en dat tussen de vulkanen en de typische araucaria of slangendennenbossen. Deze gekke coniferen zijn typisch voor de regio en tekenen zich met hun specifieke vorm mooi af aan de boomgrens. We registreren ons bij de parkwachters, zoals bij alle parken in Chili moeten we hier inkom betalen, maar die is dit keer gelukkig geen twaalf euro. Hoewel het vrij warm is hier, start de dag aangenaam. Het eerste stuk wandelen we door het bos, wat voor een aangename temperatuur zorgt. Zodra we aan de boomgrens komen, daalt de hitte op ons neer. Gelukkig is er op deze hoogte af en toe een lekker fris windje om bij af te koelen. Het eerste deel van de wandeling, waar we het meest moesten stijgen, had Stefanie het moeilijk en hinkte ze achterop. Wanneer we bijna boven zijn gaat het vlotter en wachten we, zoals afgesproken, bij de laatste van de drie miradors van deze tocht op Sandie. Zij ziet ons echter niet zitten wanneer ze daar komt en denkt dat we zo goed op dreef waren dat we al verder gegaan zijn. Andere, meer attente wandelaars dan wij, wijzen ons erop dat ze ons voorbij gelopen is, dus zetten wij snel de achtervolging in. In de veronderstelling dat wij voor haar zijn, stapt zij natuurlijk goed door, wat het des te moeilijker maakt voor ons om bij te benen. Na een tijdje begint het toch ook bij haar te dagen dat ze ons misschien gemist heeft en daarom blijft ze een tijdje wachten. Wij zien haar van bovenaf staan en Hannes laat zijn stembanden op volle toeren gaan, maar helaas zonder effect. Tegen de tijd dat ook zij ons ziet, ontmoeten we elkaar bij de eerste kampeerplaats van de wandeling. In plaats van op de mirador eten we dan maar hier en bespreken we onze verdere plannen. Het is nog maar net na de middag, dus nog wat vroeg om er al mee te stoppen voor vandaag. Anderzijds is het tot aan de volgende, comfortabele, kampeerplaats nog vijftien kilometer, wat, zeker gezien de ondergrond, waarschijnlijk te ver is om vandaag nog af te leggen. We moeten nu de vulkaan over en we kunnen daar wel slapen, maar het koelt hier ‘s nachts fel af en op de vulkaan, zonder enige beschutting, natuurlijk nog meer. Vooral voor Sandie, die geen warm kampeermateriaal bijheeft, zou dit tot een wel erg oncomfortabele, of zelfs slapeloze, nacht kunnen leiden. We besluiten dat het dan toch maar beter is om hier te blijven en morgen tijdig op te staan zodat we niet tijdens het warmste deel van de dag de vulkaan over moeten. Tegen de avond wandelen we nog een klein stukje terug naar boven om de zonsondergang te bekijken, maar net een beetje te laat. De zon zelf krijgen we niet meer te zien, maar het prachtige kleurenspel op de bossen en vulkanen wel.

De volgende ochtend hopen we ook op een mooie zonsopgang en breken onze tenten op in het donker. Stefanie staat, naar goede gewoonte wanneer het nog donker is of er een zware dag aankomt, op met een fantastisch ochtendhumeur en spaart Hannes er niet van. Hij heeft na verloop van tijd genoeg van het gezeur en gegrom, dus zegt gewoon dat als ze dit niet wilt doen, we gewoon teruggaan. Koppige idioten als we zijn, blijven we tegen elkaar brommen en bokken en maken we werkelijk een dag vroeger een einde aan onze wandeling. Gelukkig hebben we wel nog een beetje manieren en zeggen we aan Sandie dat zij uiteraard verder mag gaan en dat we in het dorp wel op haar wachten. Zij gaat nog wat verder tot op de volgende vulkaan om het uitzicht vanaf daar te bekijken en we spreken af aan de auto. We willen wel een beetje quality time, dus willen we de thermen bezoeken, maar wanneer blijkt dat die €15 inkom kosten voor enkel een zwembad en een klein bubbelbadje. Dat vinden we veel te duur en ook een beetje zonde om met het mooie weer binnen te zitten, dus doen we inkopen voor een lekker avondmaal – bij gebrek aan verse groenten en vlees gaan we voor pasta carbonara – en trekken we naar een camping. De volgende dag klauteren we met succes naar boven op de Krater Navidad, die zijn naam kreeg door de uitbarsting op kerstdag ‘88. Het vulkanische landschap is prachtig, maar we zijn heel blij dat we vroeg vertrokken zijn: des te langer we er zijn des te heter het wordt. Wanneer we even bovenaan aan de rand van de krater zitten merken we dat des te meer, want alles wat de grond raakt wordt vochtig door de hete stoom die opstijgt uit de grond. Desondanks genieten we er van het prachtige, gevarieerde uitzicht voor we terug naar beneden glijden en verder rijden richting Santiago.

Net voor we Santiago bereiken begeven onze beiden lampen het. De ene was al langer stuk, maar nu werkt ook de tweede niet meer. Het is hier verplicht om met lichten aan te rijden en we willen geen problemen met de politie, die toch talrijker aanwezig zal zijn in de stad. We stoppen om de lampen te vervangen, maar zien niet goed hoe we erbij kunnen u het donker is. We krijgen hulp van de man van het tankstation waar we staan. Hij denkt dat het de zekering is omdat beide lampen stuk zijn. Wanneer we die vervangen, verandert er niets, dus is de beste oplossing de grote lichten opzetten en de lampen gedeeltelijk afplakken zodat we de andere chauffeurs niet te fel hinderen. Lang leve wat Chileense creativiteit. In Santiago zetten we Sandie af aan een busstation, maar rijden wij meteen terug de stad uit. Deze stad spreekt ons niet aan, dus stoppen we er niet. De reden waarvoor we via Santiago gereden zijn, is omdat de grensovergang naar Argentinië hier erg spectaculair is. Met heel wat haarspeldbochten gaan we tot op bijna 4000 meter de Andes over, waar de grens loopt. Bovenaan staat een christusbeeld opgericht na het vredevol oplossen van een grensconflict. Het uitzicht van hieruit is werkelijk prachtig en zeker de trage rit naar boven meer dan waard. Eenmaal beneden stoppen we nog langs de Incabrug, die eigenlijk niets met Inca’s te maken heeft. Deze brug van sedimentair gesteente krijgt een prachtige geeloranje kleur in het zonlicht. In de rotswand zien we ook nog de overblijfselen van een oud kuuroord dat gebruik maakte van het warme zwavelwater, maar dat werd verwoest door een overstroming.

Het was plots puffen geblazen deze week. Nu we in warmere oorden gekomen zijn, hebben we terug een beetje verfrissing nodig. De droogte dringt ook door tot in onze kelen, maar gelukkig heeft Argentinië daar de perfecte oplossing voor. In zomerse temperaturen en met een zacht windje rijden we richting de enorme wijngaarden in Mendoza, om naast het mooist uit Argentinië ook al het lekkers te kunnen ontdekken.


Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s