Feestdagen in het zuiden

We zijn nu al zo’n twee weken naar onze kerstlijst aan het luisteren in de auto en we hebben onze eerste sneeuw gezien ondanks het zomerseizoen, dus het is onderhand tijd voor het werkelijke feest. Vanuit El Fin del Mundo, zoals Ushuaia zich graag noemt, steken we het Beaglekanaal over, dieper het zuiden in, op zoek naar een uitdagende trektocht en mogelijk een witte kerst.

Exact een week voor kerst arriveren we in Ushuaia en stappen we er op het bootje dat ons naar het werkelijke einde van de wereld zal brengen. Een duizelingwekkende 200 dollar moeten we neertellen om dit kanaal over te steken en terug te komen. De vrouw van het boekingsbureau probeert de prijs te rechtvaardigen met het grote aantal mensen dat betrokken is bij deze internationale trip, wanneer ze ons ziet fronzen bij deze prijs. Zo lang er slechts twee Argentijnse bedrijven de oversteek aanbieden en Chili geen dichter toegangspunt heeft dan de ferry vanuit Punta Arenas, eentje van 33 uur, zal er natuurlijk niet veel veranderen aan de prijs. Er staat een sterke westenwind op het kanaal wanneer we rustig de haven uit varen. We komen voorbij de indrukwekkende onderzoeksschepen die klaarliggen om richting Antarctica te varen en we dromen toch ook nog even weg bij het idee van een bezoek aan Antarctica, iets wat ons fantastisch lijkt, maar helaas ook zoveel budget zou vragen dat we onze reis met heel wat maanden zouden moeten inkorten. We stellen ons tevreden met Isla Navarino, wat Chili al rekent tot hun Antarctisch aandeel, dus geraken we er eigenlijk toch een beetje 😉. Het water wordt ruwer en de boot zwiert op en neer door de witte, schuimende golven. We zijn blij dat we enkel een licht ontbijt gehad hebben en krijgen meteen flashbacks naar onze laatste, misselijkmakende boottocht naar een eiland. Onderweg minderen we even vaart om een gigantische keizeraalscholverkolonie te bekijken, vooral hun felblauwe ogen vallen ons op. Deze langenekte vogels hebben het gezelschap van reuzenstormvogels terwijl ze op en af naar hun nesten vliegen. 40 minuten later zetten we opnieuw voet aan land, ditmaal in Chili. De boot bracht ons tot Puerto Navarino, nu hebben we nog een wilde busrit voor de boeg tot in Puerto Williams, het enige dorp op Isla Navarino. De scherpe bochten en het hobbelige wegdek doen ons bijna heimwee krijgen naar de toch rustigere boottocht.

Voor ons vertrek kregen we veel nuttige tips van onze vrienden Babette en Carsten, die hier een jaar eerder ook waren (hun fantastische verhalen kan je hier lezen). Eén van hun tips was camping El Padrino met de onvergetelijke Cecilia. Wanneer we aankomen is dit dus de eerste plaats waar we naartoe gaan. We zijn van plan om vandaag nog te starten aan onze trektocht, ondanks de vertraging van twee uur die we al opliepen. We hopen dat we een deel van onze bagage kunnen achterlaten op de camping. Tranquilo is het woord hier. We kunnen onze spullen hier laten, zo lang onze naam erop staat en we aan Cecilia laten weten wanneer we denken terug te zijn. We gaan nog snel iets eten voordat we vertrekken, maar ook hier hebben we wat pech: ze vergeten onze bestelling door te geven waardoor we nog een uur meer vertraging hebben dan gepland. Terug op de camping krijgen we een warme begroeting van een andere vrouw. Zij blijkt Cecilia te zijn, niet de Franssprekende vrouw van daarstraks die ons de uitleg gaf. We zeggen dat we hopen over vier dagen terug te zijn en kunnen om 16 uur dan eindelijk het dorp uitwandelen en aan onze tocht beginnen. De eerste etappe is twaalf kilometer, maar dat zou geen probleem mogen zijn.

De Dientestrekking is niet de makkelijkste, er zitten een aantal sterke stijgingen en afdalingen in, maar vooral het weer kan je hier parten spelen. Stormen die recht van -het echte- Antarctica komen, steken plots op zonder waarschuwing en kunnen ervoor zorgen dat je middenin een sneeuwbui terechtkomt, zelfs tijdens de zomer. Het duurt niet lang tot we dit wisselvallige weer zelf mogen ondervinden. Het begon al snel te druppelen nadat we vertrokken en we trekken niet veel later onze regenjassen aan wanneer het alleen maar erger blijft worden. Dit zorgt voor een grote mistwolk rond de Cerro Bandera, die we normaal zouden moeten beklimmen. We zullen van daarboven toch niet veel zien nu, dus nemen we de route door de vallei, die in ons boek beschreven werd als de gemakkelijkere. Met een boek van tien jaar oud is het toch altijd een beetje een gok merken we dan… Modder, modder en alleen maar meer modder. Dat is wat we op deze route krijgen. We komen eindelijk aan de laatste klim naar het meer waar we zullen kamperen, wanneer de regendruppels wel verdacht wit en koud worden. Ja, dan sneeuwt het plots! We zijn erg blij dat we toch nog die mutsen gekocht hebben voor ons vertrek. We zetten onze tent zo snel mogelijk op, zoeken drogere kleding om aan te doen en proberen het wat warm te krijgen in onze slaapzakken. Die nacht trekt de hemel open en wordt het alleen maar kouder. We worden wakker met een druppende tent, vreemd, want dit is nog geen enkele ochtend gebeurd in deze tent… De condens blijkt aangevrozen te zijn en is nu aan het smelten, waardoor we gewekt worden door ijskoude druppels. Dit is de koudste temperatuur die we tot nu toe gehad hebben en dat maakt het heel moeilijk om uit de tent te komen. Vooral Stefanie had een slechte nacht door de koude. Nog drie dagen in deze koude? Nee, dank je. Na heel wat wikken en wegen geraakt ze toch uit die slaapzak. Wellicht krijgt ze het sneller warm door in de zon te gaan staan springen dan door in haar slaapzak te blijven liggen, besluit ze. Het zou ook zo dom zijn om die dure boot te hebben betaald om hier dan uiteindelijk niets te komen doen. Hoe erg kunnen drie ijzige nachten zijn, toch? De tweede dag hebben we enorm veel geluk met het weer: de zon is er de ganse dag en het is -voor hier- aangenaam warm. We moeten meteen ‘s ochtends de Paso Australia over en de rest van de dag zullen we nog best wat klimmetjes tegenkomen, afgewisseld met lichte afdalingen. Die afdalingen en vlakkere stukken laten ons iets minder op adem komen dan we zouden willen. De zompige en ruwe ondergrond maakt deze dag enorm vermoeiend. De zichten die we krijgen zijn dan wel weer belonend, dus dat zet het weer allemaal in perspectief. We krijgen in de verte Kaap Hoorn te zien, prachtige zichten over schitterende, blauwe meren en steeds opnieuw de Dientes vanuit een andere hoek.

Na een veel comfortabelere tweede nacht maken we ons klaar voor de hoogste pas van deze trekking. De route die wij volgen is die van een trailrunningwedstrijd die hier vorige week plaatsvond, in plaats van de normale route. Deze is niet minder mooi: we zitten sneller op hoogte en hebben langere tijd een prachtig zicht over de omliggende meren en bergtoppen. We komen terug op het originele pad net voor de sterke klim. Net na 16 uur staan we bovenaan en kunnen we de volgende kampeerplaats al zien, daarna hebben we nog maar vier kilometer te gaan tot aan de weg richting Puerto Williams, dus kunnen we optimistisch aan de afdaling beginnen. Hoewel die heel erg steil is, is ze ook wel leuk, want we glijden gewoon naar beneden over het losse grind. Na een snackje besluiten we dat we nog genoeg energie overhebben om vandaag tot aan de weg te geraken. Op het eerste stuk, plateaus verwoest door bevers, gaat het erg goed vooruit. Het is wanneer we het bos ingaan dat ons tempo drastisch daalt. Het pad lijkt alle kanten op te gaan en geen enkele ziet er als het juiste uit. Hier en daar zien we nog een routemarkering, maar dit kan je geen pad meer noemen. Het bos is volledig verwoest door de wind en de omgevallen bomen hebben dit slagveld omgetoverd tot een heus doolhof. We moeten meer klauteren en kruipen dan wandelen. De zon begint meer en meer te zakken en het wordt een beetje onaangenaam donker in het bos, maar net dan komen we op open vlaktes waar koeien en paarden grazen. Het pad is hier volledig onbestaande, dus vertrouwen we geheel op onze gps-app en wandelen we recht op de weg af. We hebben zo’n drie uur gedaan over vier kilometer, maar dan zijn we eindelijk aan de weg. We willen hier kamperen en dan morgen de resterende acht kilometer tot in het dorp wandelen, maar wanneer we ons neerzetten en onze wandelschoenen uitdoen -heerlijkste gevoel- horen we plots iets. Zou dat een auto zijn? Op dit uur en op een weg met zo weinig verkeer? Ja hoor, en ze geven ons met veel plezier een lift tot in Puerto Williams.

Uitgeteld, maar blij en trots -een vierdaagse trekking in tweeëneenhalve dag afgemaakt- strompelen we de trappen van de camping op. Cecilia lacht ons hartelijk toe wanneer we de deur openslaan en nodigt ons meteen uit om rustig te gaan zitten, een warme douche te nemen of een warm theetje te drinken. Het mag duidelijk zijn dat we vanavond niet meer al te veel doen. Hannes vindt nog net de energie om tot in de winkel te geraken en een fles wijn te halen, een beloning die we zeker verdiend hebben na de prestatie van vandaag. De gemeenschappelijke ruimte van de camping doet ons een beetje denken aan thuis: normaal zouden we rond deze tijd in de Ardennen zitten… Het koude weer, de houtkachel en houten ruimte zorgen ervoor dat we ons heel snel thuis voelen. De volgende dagen luieren we dan ook gewoon een beetje op de camping en genieten we van een boek en koffie, nu en dan afgewisseld met een wijntje. Op zaterdag komt de ferry vanuit Punta Arenas aan en afgezien van de vele nieuwe mensen brengt die ook de wekelijkse lading verse groenten mee: het is dus het moment voor ons om naar de winkel te gaan, nu zullen we meer vinden dan de verschrompelde wortel die er gisteren al uit zichzelf leek weg te kruipen. Van de net aangekomen toeristen begeeft een deel zich ook steevast naar El Padrino. Wanneer we ‘s ochtends binnenkomen om te ontbijten horen we plots ook iemand “I’m from Belgium” zeggen aan de gezellig keuvelende ontbijttafel en zo leren we Sophie kennen. We ondervinden dat we hier in een internationaal gezelschap terechtgekomen zijn met allemaal mensen die wij wel kunnen verstaan, maar zij ons niet. Oostenrijkers, Duitsers, Canadezen en Chilenen zorgen voor Duits, Frans, Engels en Spaans en wij begrijpen van iedereen ten minste de basis. We komen ook goed overeen en beslissen om ‘s avonds een gezamenlijke barbecue te doen. Na wat drankjes willen we ook de disco, ja, hoe ongelooflijk ook, ze hebben een disco in dit kleine dorp, te gaan ontdekken, maar die blijkt gesloten te zijn vanavond. Er is ook een café en dat is wel open, dus gaan we daarnaartoe. De avond is een succes en nu we de nachthemel zien, merken we dat het hier echt niet volledig donker wordt. De volgende ochtend doen er toch wat hoofdjes pijn en is het verdacht stil op de camping, hier en daar graait een arm uit een tent zoekend naar een waterfles. De resterende tijd brengen we door met het bakken van een bevercake. De diertjes zijn een veelbesproken onderwerp op het eiland aangezien ze hier een echte plaag vormen. Ze werden naar hier gehaald om als extra voedselbron te dienen, maar wegens gebrek aan een natuurlijke vijand zijn er nu veel te veel en richten ze een serieuze ravage aan. Eén van de Canadezen, Pascal, komt speciaal naar hier om erop te jagen en wij zouden er wel eens graag één proeven. Hij zal helaas niet op tijd terug zijn van zijn jacht, dus kiezen we voor de diervriendelijkere optie en bakken een cake die we de vorm geven van een bever. Katie, eveneens Canadees, geeft ons de nodige raad over hoe een bever eruitziet. De enige die wij zagen op de wandeling was aan het zwemmen, dus kunnen we wel wat expertise gebruiken. De volgende dag nemen we afscheid van dit eiland, waar we ons enorm geamuseerd hebben en fantastische mensen leren kennen hebben.

We brengen kerstavond door in een gezellig hostel met twee sympathieke vrouwen die we eerder die week ontmoet hebben. Deze avond vieren met Sophie en Katie is waarschijnlijk de beste keuze die we hadden kunnen maken om niet te veel heimwee te hebben. Op kerstdag verlaten we de stad eventjes en bereiden we ons eigen feestmaal aan het einde van de zuidelijkste weg van Argentinië, naast het Beaglekanaal. De route was prachtig maar helaas niet zo zacht voor onze bus. Wonderbaarlijk genoeg vinden we zelfs witloof in de supermarkt, waardoor Hannes zijn families traditionele kerstmaal kan maken. We kamperen hier twee dagen in de hoop eens geluk te hebben met de orka’s en er hier een paar te zien. Op de tweede avond heeft Hannes enorm veel geluk: hij loopt bijna letterlijk een koningspinguïn tegen het lijf. Eerst staat de pinguïn met zijn vleugels te wapperen aan de overkant van de smalle riviermonding, maar dan zwemt hij recht op Hannes af en wandelt hij tot op enkele meters afstand van hem, een magische beleving. We hebben hier met deze pinguïn en spelende Patagonische vosjes rond onze auto weer wat spectaculaire dingen van de natuur mogen zien. Het mag dan niet zijn waarop we gehoopt hadden of waarvoor we gekomen waren, maar het was hoe dan ook verbluffend.

Bij onze terugkeer naar de beschaving kiezen we ervoor het nieuwe jaar dan toch niet in te zetten in Ushuaia. We hebben nog drie dagen tot het zo ver is en dat lijkt ons genoeg om tot in El Chalten te geraken en onderweg ook nog de dingen te zien die op ons verlanglijstje staan. Opnieuw de baan op dus. Aan de Argentijnse zijde maken we een omweg langs het scheepswrak Desdemona. Het had een prachtige locatie geweest om de avond door te brengen, maar daar hebben we geen tijd voor dus moeten we het stellen met een snelle lunch op het strand. We moeten vandaag nog tot in Rio Grande geraken, want we willen nog gedag zeggen bij Sergio en Charo, Soledads nonkel en tante die ons zo hartelijk ontvingen toen we richting het zuiden reden over dit eiland. We hadden gepland er rond theetijd te zijn en dus worden we verwelkomd met de geur van versgebakken appelcake wanneer de deur opengaat. We geven onze kerstcadeautjes af en nemen dan een tweede keer afscheid om richting Chili te rijden. We zijn sneller bij de grens dan verwacht en we hebben nog rauwe eieren en groenten bij. Die mogen de grens niet over, dus zoeken we een plaats waar we die kunnen koken, zonder volledig in de wind te staan. Er zou hier ergens een gebouw moeten zijn waar dat kan, weten we van andere reizigers. Wanneer we aan de politie vragen of zij misschien weten waar dat kan, nodigen ze ons gewoon bij hun uit en gebruiken we de keuken boven hun kantoor. De drie agenten proberen de tijd aan deze rustige grensovergang te doden door een videospel te spelen en Fernet-cola te drinken. We oefenen ons Spaans met hen en vertellen over onze reis. Ze volgen ons ondertussen zelfs op Instagram. We hebben nu een grote pot spaghettisaus klaar en een doosje gekookte eitjes, zo mogen ze wel over de grens en we kunnen onze reis verderzetten. Aan de andere kant van de grens is het de volgende dag tijd voor onze laatste halte: een kolonie koningspinguïns. Zo spectaculair de ontmoeting van Hannes met zijn eenzame pinguïn was, zo teleurstellend is het om deze ganse kolonie te zien. Voor de gemiddelde prijs van een Belgisch zooticket krijgen we zo’n vijftig pinguïns vanop afstand te zien. Het slechte weer doet er uiteraard ook geen goed aan, maar dit is hoe dan ook enorm duur voor wat het is.

Het was een indrukwekkend stukje roadtrippen in het zuiden van Patagonië -en bovendien het zuiden van de wereld. Vlaktes zonder einde, guanaco’s, gauchos, winden zo sterk dat ze de bomen scheef doen groeien, ondergesneeuwde bergtoppen en warme mensen hebben we hier gevonden. Een Vlaams stoofvleesrecept en wat verroeste auto-onderdelen is wat we achterlaten. Van nu af aan is het noordwaarts voor ons.


Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s