Ruta 3: 2000km rechtdoor en dan rechtsaf

1 week, 2825 kilometer. Dat is waar we voor staan. Over exact een week landt Rob in El Calafate om tien dagen met ons mee te reizen en het mooie Patagonië te ontdekken. We kiezen ervoor om de Ruta 3, de weg langs de kust, te nemen. De bekende binnenlandse route, de Ruta 40, zullen we later immers nog richting het noorden nemen. Deze afstand op deze tijd overbruggen moet mogelijk zijn, maar met de tussenstops de we graag zouden maken, komen er toch een aantal lange dagen aan.

We verlaten de drukte van Buenos Aires en zien al snel een groot contrast: op de volgende paar duizend kilometer zal er vooral niets te zien zijn. Het duurt niet lang voordat we op een lange weg zitten, die rechtdoor loopt zo ver als je kan zien met rondom enkel uitgestrekte vlaktes, hallo Ruta 3. Tres Arroyos is de eerste plaats waar we een stop ingepland hebben. We hadden pas in Brazilië van deze plaats gehoord. Een Nederlandse reiziger vertelde ons dat dit stadje een voormalige gemeenschap van Nederlandse migranten was. Hij reisde door Brazilië en Argentinië langs zulke plaatsen om te kijken wat er van de Nederlandse cultuur overbleef. Helaas zien we in Tres Arroyos weinig terug van de dingen die hij beschreef gezien te hebben in Brazilië. Hier zijn bijvoorbeeld geen Nederlandse accenten blijven voortbestaan in de architectuur. Plots zien we een apotheek met de naam Verkuyl, wat ons toch wel bekend in de oren klinkt. Toevallig waren we ook op zoek naar een apotheek, dus springen we er even binnen en vragen we ook ineens of zij Nederlands praten (hun oranje haren en bleke huid doen ons denken dat dat weleens zou kunnen). De vrouw waaraan we het vragen spreekt geen Nederlands, maar ze bevestigt wel dat er nog een redelijke gemeenschap van Nederlandssprekenden in Tres Arroyos woont. Er is niet zoveel te zien hier en we hadden geen andere reden om hier te stoppen, dus rijden we verder door de leegte van de Ruta 3 richting El Condor.

We zijn het hoogseizoen net voor en daardoor ziet het dorp er erg verlaten uit. Alle cafés, hotels en winkels zijn gesloten, zelfs het toerismekantoor is niet open. We weten waar we moeten zijn, dus is dit geen probleem voor ons, beter zelfs, nu zijn we helemaal alleen om de holenparkieten te bekijken, de reden waarom we hier zijn. Vanuit de auto zien we er al enkelen vliegen, dus zijn we hoopvol wanneer we arriveren op de parking. Een strandwandeling van slechts twee minuten later staan we naast een muur van vogels, één voor één even kleurrijk. Zoals hun naam doet vermoeden leven ze hier in hun holletje in de muur. De zachte zandstenen kliffen zijn ideaal om hun nesten in te graven en hier zit dan ook de grootste kolonie van deze soort ter wereld. Wanneer we onze weg verderzetten en het spookdorp El Condor uitrijden zien we de holenparkieten nog steeds in grote getale, op elektriciteitskabels zitten ze blijkbaar ook graag. Ze zijn het duidelijk niet gewend dat op deze weg veel auto’s passeren want zodra je langs hen rijdt vliegen ze allemaal op uit de velden als een geelgroene golf.

Het is al donker wanneer we aankomen op Península Valdés, maar nu we vandaag nog doorgereden zijn tot hier, betekent dat dat we morgen meer tijd zullen hebben om wilde dieren te spotten. Hannes heeft ‘s nachts al meteen prijs, wanneer hij bij een toiletbezoek een wilde Patagonische kat voorbij ziet spurten. En van zodra we opstaan hebben we meteen geluk. Een beetje verder zien we lama-achtige wezens die staan te grazen. Het zijn guanaco’s, de wilde voorouders van lama’s en alpaca’s. De voornaamste reden om Península Valdés te bezoeken is de grote toegankelijkheid tot zeeleven zoals walvissen, zeeleeuwen, pinguïns en dolfijnen. Hiervoor zijn er een aantal uitkijkpunten en die liggen steeds enkele tientallen kilometers van elkaar, dus een eigen auto hebben is hier erg handig en zelfs bijna noodzakelijk. Na enkele kilometers merken we dat het hier niet ongewoon is om guanaco’s te zien, ze zitten werkelijk overal en steken regelmatig op hun gemakje de weg over. Wanneer we bij het eerste uitkijkpunt aankomen kunnen we al heel wat dieren op ons lijstje aanvinken: guanaco’s, hazen, vossen en arenden. En eigenlijk moet onze dag nog beginnen, dat belooft! Net wanneer we arriveren bij Punta Norte opent de parkwachter het hek. De zeeleeuwen liggen al talrijk te genieten in de ochtendzon. Af en toe komt er eens eentje in beweging, wat amusant blijft voor ons. Een kort gesprekje met de parkwachter leert ons dat orka’s, dat andere dier dat we hier graag zouden zien, gisteren nog gespot werden bij Caleta Valdés, even verderop – in Argentijnse termen is dat 55 km. Daar zitten namelijk veel zeeolifanten en die hebben momenteel jongen. Die zijn makkelijker te vangen voor de orka’s, dus daar zullen we de beste kansen hebben. We rijden ernaartoe en wachten geduldig af, maar kennen hier evenmin succes. Gelukkig kunnen we ons hier ook vermaken met de zeeolifanten.

Genoeg afgewacht voor vandaag, we gaan wat zekerheden opzoeken. Aan Caleta Valdés zit ook een kolonie magelhaenpinguïns. We hadden verwacht dat ze op het strand zouden zitten en op een redelijke afstand van de afsluiting, maar ze zitten gewoon vlak naast het uitkijkplatform, ongelooflijk. Na de middag trekken we naar het enige dorp op Península Valdés, Puerto Piramides. Van daaruit vertrekken walvistours. Het is niet de goedkoopste activiteit, maar het gaat ook niet om iets wat we elke dag kunnen zien, dus beslissen we om ervoor te gaan en we hebben daar nog geen seconde spijt van gehad. Tegen onze verwachtingen in zitten we niet op een volgestouwde boot, maar hebben we voldoende plaats om van overal de reusachtige zuidkapers te bekijken. Een groot aantal walvissen van deze bedreigde soort komen hun jongen grootbrengen in de rustige baaien rond het schiereiland. Telkens wanneer ze een stukje van zich laten zien, slaakt de ganse boot een gezamenlijke, verwonderende zucht. Als kers op de taart ziet de kapitein ook nog een groep jagende dolfijnen in de verte en we varen ook daarnaartoe. De dolfijnen storen zich niet aan onze aanwezigheid en springen lustig in en uit het water rondom de boot.

Na de grindwegen op dit schiereiland dringt de eerste reparatie van onze auto zich op. Een verroest stuk uitlaat brak middendoor en moet hersteld worden, dus moeten we op zoek naar een mecanicien. We kennen ondertussen de gang van zaken in Zuid-Amerika dus vragen we hier wat rond en de lokale bevolking wijst ons al snel het juiste huis aan, waar enkel de twee autowrakken voor de deur hadden kunnen verraden dat we hier moesten zijn. Hannes ligt enkele uurtjes mee onder de auto om zijn kennis wat bij te schaven en tegen dat de zon onder is zijn we klaar om morgen opnieuw orka’s te gaan opwachten. Bij hoogtij zitten we klaar en houden we nauwlettend elk zwart puntje in het water in de gaten. Vier uur later beslissen we dat het genoeg geweest is en moeten we stilaan verder richting het zuiden om tijdig in El Calafate te geraken dus laten we Península Valdés achter ons.

Vanaf hier hoeven we niet per se meer iets te zien, maar is de weg nog te lang om in één stuk door te rijden naar El Calafate. In plaats van te slapen bij een tankstation, zoals we dat zeer klassevol meestal doen, kiezen we ervoor om eens een keertje naast de kust te slapen in de hoop er ‘s ochtends opnieuw zeeleeuwen te kunnen zien. Hier moeten er namelijk ook ergens zitten. Er zijn een aantal open vlaktes naast de weg waar we kunnen staan met onze auto, maar omdat het al donker is zien we niet of we dichtbij zeeleeuwen staan of niet, afwachten tot morgen dus. ‘s Ochtends staan we op om wakker te worden met de zonsopgang en ja hoor, we staan perfect geparkeerd. Het vreemde gesnurk, dat we gisterenavond al hoorden en ons deed vermoeden dat er dieren aanwezig waren in de buurt, kwam van heel dichtbij. We staan vlak naast een groep zeeleeuwen en genieten bij een bescheiden ontbijt van deze fotogenieke beesten die bijna een show voor ons lijken op te voeren.

Tevreden met al het moois dat we de afgelopen dagen al konden zien, nemen we even afscheid van Ruta 3 en rijden we verder richting één van de absolute hoogtepunten van Argentinië: El Chalten. Eerst nog even Rob oppikken en dan kunnen we onze rugzak opnieuw inpakken en de bergen ingaan.


Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s