Chapada Diamantina – Het wilde Noordoosten deel 2

In onze vorige blogpost vertelden we al over de dagen die we in Chapada Diamantina spendeerden voordat we Capão inwandelden op vrijdag.

Capão is een topper. Wanneer we op vrijdagmiddag het dorp binnenwandelen, wordt daar het jaarlijkse Jazzfestival voorbereid dat er dit weekend zal doorgaan. Het is er drukker dan gewoonlijk en het volk doet ons een beetje denken aan het Reggae Geel festival thuis: alleen goede vibes dus. Het kleine dorp loopt over van de goedkope en lekkere restaurantjes en veel accomodaties doen je geloven dat je in een spiritueel heiligdom in de Himalaya verblijft in plaats van in Brazilië. Die avond doen we ons tegoed aan vegetarische pizza die hier per spie verkocht wordt. We nemen even een kijkje op de markt waar de dorpsbewoners allerhande zelfgemaakte souvenirs en desserts verkopen. Wanneer het volgende optreden aangekondigd wordt, verhuizen we richting het podium. De muzikanten zijn een mix van lokale talenten, die jazz, blues of hardrock spelen en internationale artiesten. Bekende artiesten? Het zou kunnen, maar zo ver reikt onze jazzkennis niet dus hebben we geen idee.

Ons originele plan was om maar één dag in Capão te blijven om van daaruit de Fumaçawaterval te bezoeken en daarna verder doorheen het nationaal park te trekken. Eerder deze week kregen we echter belangrijk nieuws van het thuisfront. We hadden al plannen om in Zuid-Amerika een auto te kopen zodat we alle vrijheid zouden hebben in Patagonië, maar nu kregen we te horen van de ouders van Hannes dat zij een andere auto zouden gaan kopen en dat hun oude bus dus beschikbaar zou komen. We kennen deze auto al goed, want we hebben er zelf in Europa al mee gereisd en weten dat hij perfect zou zijn om ook hier rond te reizen. Er staat ons een belangrijke beslissing te wachten, dus schorten we even alle plannen op en zoeken we uit wat het zou inhouden om de auto naar Zuid-Amerika te verschepen en hoe moeilijk of makkelijk dat zou zijn. We kunnen al niet wachten op de aankomst van onze vertrouwde reisgezel en er Patagonië mee te verkennen, #vanlife here we come! Op zondag gaan we dan wel richting de Fumaçawaterval. De top ligt op zeven kilometer afstand en bijna 500 meter hoogte van Capão en het water valt er 350 meter naar beneden. We zijn erg blij dat we deze stijging niet met onze grote rugzakken moeten doen: dit gaat toch net wat vlotter. De kolibries hier lijken allemaal de telelens te schuwen: elke keer dat Hannes er één opmerkt en zijn camera neemt met – laten we eerlijk zijn, monsterlijke grote – telelens op, haasten ze zich weg en zien we er het volgende halfuur geen enkele andere meer. Na twee uur komen we bij de rivier die verderop de in diepte zal storten. Rivier is op dit moment van het jaar misschien niet de juiste term en stroompje is gepaster in dit droge seizoen. Voorzichtig banen we ons verder een weg naar de rand van de kliffen van waarop we de afgrond kunnen bekijken en het water kunnen zien vallen. Meteen zien we daar waarom dit één van de meest opmerkelijke plaatsen uit dit hele park is. Water, wind en zon zorgen samen voor een wondermooi schouwspel in de natuur. De sterke wind duwt de fijne waterdruppels terug naar boven en wint het vrij goed van de zwaartekracht. De zon zorgt er dan voor dat de bewegende druppels allerhande mooie kleuren vertonen en het lijkt of het water in slowmotion terug naar boven komt. We hebben het al gezegd: het is momenteel erg droog hier, dus veel water valt hier nu niet naar beneden, maar toch is dit echt een prachtig zicht. We keren terug naar het Capão en genieten – hier, waar het nog kan – opnieuw van een heerlijke vegetarische maaltijd. Het podium en de festivalgangers zijn ondertussen verdwenen, maar het dorpsplein ligt er allesbehalve verlaten bij. De inwoners van Capão vieren er zondag alsof maandag niet bestaat: er wordt volop gedanst en muziek gemaakt.

Wij moeten dan misschien niet gaan werken, maar dat betekent niet dat we uitslapen op maandagochtend: we zijn al vroeg op, want we starten aan een vier dagen durende wandeling door de Vale do Pati. We genieten nog van een Indisch ontbijt bij onze camping Lakshmi en gaan op weg. Letterlijk dan: op weg op de weg. Opnieuw moeten we eerst zes kilometer langs de weg wandelen om aan de start van het pad te komen. We hadden – achteraf gezien – toch beter een motortaxi tot daar genomen. Maar ach, twee uur en twee liter zweet later zijn we in Bomba, aan de rand van het park. Hier start het pad naar Gerais dos Vieira en verder Vale do Pati. We hebben nog 400 hoogtemeters en negen kilometer af te leggen tot aan onze kampeerplaats, dus de omweg langs de Purificaçãowaterval slaan we over. De klim uit de vallei van Capão is warm en we zijn nog niet veel water tegengekomen onderweg, toch onze grootste zorg in dit warme weer. Gelukkige staan er verderop wat blauwe lijnen op de kaart. Een kleine stroom, die niet op de kaart staat, stelt ons gerust. We vullen niet al onze flessen bij, omdat we op de kaart zien dat er een grotere rivier niet zo ver van hier stroomt. Een zure les die we hier leren: de rivier blijkt niet te zijn wat we ervan verwachten, het is een vuile, modderige stroom vol planten en bomen. Altijd zoveel mogelijk bijvullen dus! We zijn hier erg blij dat we slim genoeg geweest zijn om een goede filter mee te nemen, net voor omstandigheden als deze. Het schemert al wanneer we eindelijk onze kampeerplaats bereiken: een houten huisje middenin een bebost stuk. Het wordt hier dus snel donker en we zetten vlug onze tent op (het huisje is op slot…), eten doen we in het donker. Op dat moment begint Stefanie te denken dat ze gek wordt. In het donker ziet ze hier en daar dingen oplichten. Ogen? Wilde dieren? Te veel zon gepakt vandaag? Dan herinneren we ons een gesprek in Lençois waar een andere reiziger in ons hostel ons vertelde over de vuurvliegjes hier. We kijken rond ons en ze zijn hier echt overal te zien. Wondermooi! We zijn hier dus niet alleen in dit donkere bos… dat merken we ook midden in de nacht weer. Hannes schiet wakker en we horen iets naast de tent bewegen. Vlak ernaast. Gelukkige horen we ook dat het gras eet. Wanneer we bewegen op onze nogal luidruchtige slaapmatjes horen we het ding weg galopperen en herinneren we ons de wilde paarden die we eerder vandaag tegengekomen waren. Oef, niks aan de hand, we gaan dit nog kunnen navertellen en kunnen dus terug gaan slapen.

Na een wasbeurt in de poel naast onze kampeerplaats, die gelukkig iets properder was dan de rivier van de dag ervoor, vertrekken we terug om aan een nieuwe zware klim te starten. Van de Gerais dos Vieira vallei moeten we op een 200 meter hoge klif geraken om onze wandeling naar de Vale do Pati verder te zetten. We zouden ook het pad door de vallei zelf kunnen volgen, maar Hannes denkt dat het pad bovenaan veel mooier zal zijn. Het is een warme dag en we maken maar weinig vooruitgang. Mogelijks door de verschillende voorkeuren die we hebben? Hannes houdt meer van stijgen, Stefanie haat het. Voor hem zijn de uitzichten het dan ook waard, voor haar niet. De Vale do Pati is een mooie vallei, gelegen tussen pieken van zandsteen en de weinige inwoners van het park baten er gasthuizen uit. Dat zorgt ervoor dat je niet alles moet meezeulen om al het moois hier te bezoeken, maar wat wij natuurlijk wel doen. Deze plaatsen zijn uiteraard niet de goedkoopste: alles moet ernaartoe gebracht worden met ezels. Wij kiezen dus voor onze tent en halen ons vuurtje boven om onze linzen te koken. Het plan was om vandaag tot aan de voet van de Morro do Castello te gaan zodat we die morgenochtend meteen zouden kunnen beklimmen en daarna verder door de vallei te gaan. Ons plan viel echter in het water door het moeizame tempo vandaag. We plooien voor de koude cola en de heerlijke warme maaltijd bij het eerste huis waar we pauzeren en beslissen de drie resterende kilometers die nog voor vandaag op de planning stonden te verschuiven naar morgen.

Wat we dachten dat een gemakkelijk uurtje wandelen naast de Rio Funis zou worden, bleek drie uur klauteren te zijn door de jungle en de rivier om aan de Morro do Castello aan te komen. Het pad wurmt zich hier tussen dichte varenbedden, over de van spinnen vergeven rivierstenen, door de jungle naast de vele watervallen. De andere dagen konden we gemakkelijk onze weg vinden, maar dit stuk zou toch net iets gemakkelijker geweest zijn met een gids die wist wat er te wachten stond. Het filmpje dat een andere reiziger ons gisteren liet zien van een jararaca of lanspuntslang – erg veelvoorkomend in Brazilië en helaas ook erg giftig – zorgt ervoor dat we toch met net wat meer concentratie de boomstammen vastnemen om ons evenwicht te kunnen behouden. Het is dus heel wat later dan we gepland hadden wanneer we eindelijk aan de voet van de berg komen. Stefanie ziet de zware beklimming niet zitten met de rest van de dag in het vooruitzicht, dus gaat Hannes alleen naar boven. Hij kan nu dus sneller wandelen doordat hij enkel het nodige moet meenemen: camera, water, zaklamp en wat voedsel. Inderdaad, een zaklamp! Om de top te bereiken moet je namelijk door een pikdonkere grot. Het zicht vanop 1350 meter is het helemaal waard, maar Hannes kan er niet zo erg lang van genieten, want we willen morgen in Andarai zijn, onze eindbestemming. We halen net voor het donker onze geplande slaapplaats en stoten hier op een klein probleempje: door langer dan verwacht in Capão te blijven, hebben we niet meer genoeg geld om hier zowel de kampeerplaats als het eten te betalen. We hebben gelukkig wel nog genoeg eten bij , dus moeten we gewoon zelf koken. We leggen uit dat we hier enkel zullen overnachten en niet mee zullen eten. Onze gastheer begrijpt na wat gebaren wat we willen zeggen en brengt ons even later een vol bord eten terwijl het medelijden van zijn gezicht af te lezen staat. Om eerlijk te zijn smaakte dit echt veel beter dan het poedersoepje dat wij klaargemaakt hadden, dus hebben we niet veel nodig om onze schaamte opzij te zetten en dit bord met open armen te aanvaarden.

Een laatste zware dag en we bevinden ons terug in de beschaving. Eerst helemaal uit de vallei klimmen, dan helemaal afdalen naar Andarai. De laatste kilometers lijken een eeuwigheid te duren. Gelukkig hebben we er de hele dag voor. Onze bus vanuit Andarai zou om tien uur vertrekken. Wanneer we rond vijf uur in het dorp aankomen, hebben we dus voldoende tijd om die geur van de voorbije vier dagen van ons af te douchen in de douches van het tankstation – ja, tankstation, dat lees je goed. Een heerlijke douche, we voelen ons als herboren. We tellen ons geld en kunnen nog net een maaltijd betalen voordat we op de bus moeten. We wandelen naar het busstation en tot onze verbazing is het loket gesloten. Even later komen we erachter dat we de verkeerde bustijden opgezocht hebben en dat de bus hier pas morgenochtend om vijf uur aal vertrekken… Dat wordt dus een avondje slapen in het busstation. We weten dat we niet moeten opscheppen over onze voorbereiding, maar de kunnen wel trots zijn op onze eerste wandelingen van deze reis. Het heeft ons bloed, zweet en tranen – letterlijk – gekost, maar we hebben toch maar mooi meer dan 100 kilometer afgelegd op tien dagen. Op naar meer…


One thought on “Chapada Diamantina – Het wilde Noordoosten deel 2

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s